Glastuinbouwgebieden en (voormalige) boomgaarden kunnen diffuus verontreinigd zijn met bestrijdings- middelen.
(voormalige) boomgaarden
In (voormalige) boomgaarden worden regelmatig verhoogde concentraties DDD, DDE en DDT gemeten, soms zelfs tot boven de interventiewaarde. Oude boomgaarden uit de periode van ca. 1945 – 1980 zijn verdacht voor deze bestrijdingsmiddelen.
In 2003 is in Zeeland een historisch onderzoek naar de toepassingspraktijk van gewasbeschermings- middelen in de Zeeuwse fruitteelt (lit. 17). Uit dit onderzoek blijkt het volgende:
DDT werd geïntroduceerd na de tweede wereldoorlog. De intensiteit van de toepassing van DDT was het hoogst in de periode 1950 – 1955. In de periode 1950 – 1955 werd in de fruitteelt twee keer zo veel DDT toegepast als in de periode 1955 – 1960. Vanaf 1960 daalde de toepassing van DDT verder. Als gevolg van de toepassing van DDT nam namelijk de fruitspint toe, doordat DDT ook ‘nuttige’ insecten en roofmijten doodde. Daarnaast kwamen andere middelen zoals azinfos-methyl op de markt, die een betere bescherming tegen bladrollers en fruitrot gaven. In 1973 werd de toepassing van DDT in Nederland verboden.
Naarmate een boomgaard langer in gebruik is, is cumulatief meer DDT op de bodem terecht gekomen. Naast de periode van boomgaardbezetting is ook de duur van boomgaardbezetting van belang.
Er is geen historisch onderscheid te maken in de mate van toepassing van DDT in appelboom- gaarden dan wel perenboomgaarden.
In bijlage 7 zijn de boomgaarden uit de periode 1940-1980 weergegeven. Deze zijn in het verleden in kaart gebracht op basis van oude topografische kaarten van de volgende jaargangen7 Het exacte jaartal verschilt per kaartblad, de topografische kaarten zijn in het algemeen gebaseerd op 2 à 3 jaar eerder verzamelde terreininformatie. De vermelde jaartallen zijn de jaren van uitgifte.:
1936-1950 (verkend 1934-1939, aangevuld met terreininformatie 1946)
1959
1969
1981
De boomgaarden uit de topografische kaarten uit 1959 zijn apart weergegeven, omdat uit andere gebieden bekend is dat het DDT-gebruik in de jaren 50 het hoogst was.
De stippelsignatuur van grote, brede boomgaardpercelen is gemakkelijk te herkennen op de topografische kaarten. Bij kleinere, smalle percelen is het soms lastiger te beoordelen of het om een voormalige boomgaard gaat dan wel een rij knotwilgen langs een watergang.
Vanwege de beperkte beschikbaarheid onderzoeksgegevens van DDD, DDE en DDT zijn deze boomgaarden vooralsnog niet apart gezoneerd.
Glastuinbouw
Van kasgebieden elders in het land is bekend dat de bodem vaak verontreinigd is met drins. In de gemeente IJsselstein kwamen en komen geen kassen voor. Glastuinbouw is dus niet relevant voor deze bodemkwaliteitskaart.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.6
Gebieden die verdacht zijn voor bestrijdingsmiddelen
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente IJsselstein houdende regels omtrent bodemkwaliteit