De bodemkwaliteitskaart van de gemeente IJsselstein bestaat uit de volgende 4 zones:
Zone
Bodemkwaliteitsklasse
Bovengrond (0-0,5 m-mv)
Bodemkwaliteitsklasse
Ondergrond (0,5-2,0 m-mv)
Zone Bebouwing 1/1
Achtergrondwaarde
Achtergrondwaarde
Zone Bebouwing 2/1
Wonen
Achtergrondwaarde
Zone Bebouwing 3/3
Industrie
Industrie
Zone Buitengebied 1/1
Achtergrondwaarde
Achtergrondwaarde
Op basis van de beschikbare analyseresultaten is voor deze zones een aantal statistische kengetallen berekend (diverse percentielwaarden, gemiddelde, lognormaal gemiddelde). Deze statistische kengetallen zijn opgenomen in bijlage 8A t/m 8D.
De kengetallen zijn apart berekend voor de bovengrond (0-0,5 m-mv) en voor de ondergrond (0,5-2,0 m- mv). Voor het berekenen van het gemiddelde en het lognormaal gemiddelde zijn meetwaarden lager dan de detectiegrens vervangen door 0,7 x detectiegrens.
De Achtergrondwaarden en de maximale waarden voor wonen en industrie zijn voor veel stoffen afhankelijk van het bodemtype (percentages lutum en organische stof). Om de getallen gemakkelijk met elkaar te kunnen vergelijken, zijn alle statistische kengetallen in bijlage 8 omgerekend naar standaardbodem (lutum=25%, humus=10%). Vermenigvuldiging van het kengetal met de waarde uit de kolom bodemtypecorrectie geeft het oorspronkelijke kengetal.
De Richtlijn bodemkwaliteitskaarten schrijft voor, dat tevens de betrouwbaarheidsintervallen van het gemiddelde worden vermeld. Ter voldoening hieraan zijn deze betrouwbaarheidsintervallen voor de definitieve zones opgenomen in bijlage 9.
De bodemkwaliteitskaart met de begrenzing van de zones is opgenomen in bijlage 10.
Bijlage 11 bevat de ontgravingskaart voor de bovengrond en bijlage 12 bevat de ontgravingskaart voor de ondergrond.
39 deelgebieden → 3 zones met bebouwing
Bijlage 6 bevat een kaart met 39 deelgebieden, ingedeeld op basis van de ouderdom van de bebouwing en de eventuele aanwezigheid van ophooglagen. Voor elk deelgebied zijn de beschikbare gegevens eerst afzonderlijk geïnterpreteerd. Enerzijds zijn per deelgebied de verschillende statistische kengetallen berekend (voor zover mogelijk). Anderzijds zijn de afzonderlijke monsters getoetst aan de klasse-indeling uit het Besluit bodemkwaliteit.
Een aantal deelgebieden kan op basis van de statistische kengetallen worden ingedeeld in één van de bodemkwaliteitsklassen. Bij deelgebieden met minder waarnemingen is gekeken naar de toetsing van de afzonderlijke monsters.
Een aantal kleine deelgebieden met (vrijwel) geen waarnemingen is samengevoegd met deelgebieden die vergelijkbaar zijn qua historie.
Formeel moeten per niet-aaneengesloten deelgebied minimaal 3 waarnemingen beschikbaar zijn. Het is echter niet aannemelijk dat het verzamelen van 3 waarnemingen in dergelijke deelgebieden zonder gegevens voldoende betrouwbare informatie oplevert, op basis waarvan aan het deelgebied een ander classificatie kan worden toegekend.
Uiteindelijk zijn de 39 deelgebieden uit bijlage 6 dus samengevoegd tot 3 zones met bebouwing, afhankelijk van de bodemkwaliteitsklasse van de boven- en ondergrond.
In de zonering is geen onderscheid gemaakt tussen woonwijken enerzijds en bedrijfsterreinen anderzijds. Deelgebieden met bedrijfsterreinen zijn in de zonering hetzelfde behandeld als deelgebieden met woonwijken.
Deelgebieden geprojecteerd op topografische kaart 1936
Deelgebieden geprojecteerd op topografische kaart 1969
Deelgebieden geprojecteerd op huidige topografische kaart
Niet gezoneerde gebieden
De deelgebieden 303, 318, 323 en 327 zijn niet gezoneerd omdat geen betrouwbare uitspraak over de bodemkwaliteit van deze deelgebieden kan worden gedaan.
De deelgebieden 303 en 323 betreffen voormalige steenfabrieken die in de jaren 80 van de vorige eeuw hebben plaatsgemaakt voor woningbouw. In deelgebied 303 stond in de 19e eeuw al een steenfabriek. Er zijn in dit deelgebied wel bodemonderzoeken beschikbaar uit 1982 en 1984, maar naar huidige maatstaven zijn bodemonderzoeken uit die tijd summier uitgevoerd en als zodanig niet bruikbaar voor de bodemkwaliteitskaart. De steenfabriek in deelgebied 323 is zichtbaar op topografische kaarten vanaf 1920. In dit deelgebied zijn nagenoeg geen analysegegevens beschikbaar.
Deelgebied 318 is tegenwoordig een woonwijk, maar ook dit betreft voormalige industrie langs de Panoven. Er is alleen een bodemonderzoek uit 1994 beschikbaar met 5 (destijds) bovengrondmonsters met allen gehalten boven de interventiewaarde. Daarna is een leeflaagsanering uitgevoerd. Volgend de bodemkwaliteitskaart uit 2001 is dit gehele gebied opgehoogd met 1 meter zand.
Deelgebied 327 bevat een woonwijk uit 2004. Qua algemene historie wordt hier geen diffuse verontreiniging verwacht. De bodemonderzoeken in dit deelgebied bevatten meerdere verhoogde gehalten metalen en PAK. Deze rapporten zijn niet teruggevonden zodat deze niet kon worden beoordeeld op hun representativiteit voor de bodemkwaliteitskaart (wat is de oorzaak van de verhoogde gehalten). Deelgebied 327 is daarom niet gezoneerd gelaten.
Van nature verhoogde gehalten nikkel en molybdeen
Het is bekend, dat in het rivierengebied van nature vaker gehaltes nikkel boven de Achtergrondwaarde worden gemeten dan in de rest van het land. Ook bij de afzonderlijke monsters in de dataset van IJsselstein is dit zichtbaar. De classificatie van de zones wordt hierdoor niet beïnvloed. Bij de toetsing van afzonderlijke partijen grond kan dit wel van invloed zijn op het toetsingsresultaat.
Voor molybdeen wordt geen bodemtypecorrectie uitgevoerd. In veengrond blijken echter van nature hogere molybdeengehaltes voor te komen dan in andere bodemtypes (lit. 10 en 18). Incidenteel is hierdoor in de gemeente IJsselstein in een veenlaag in de ondergrond een iets hoger gehalte molybdeen dan de achterwaarde gemeten.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.1
Zones in de bodemkwaliteitskaart
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente IJsselstein houdende regels omtrent bodemkwaliteit