**1..** Een vervoersvoorziening wordt toegekend over de afstand tussen de woning van de leerling dan wel de opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school, tenzij vervoer naar een verder weggelegen school voor de gemeente minder kosten met zich mee brengt en de ouders met het vervoer naar die school schriftelijk instemmen.
**2..** Met inachtneming van het bepaalde in de voorgaande leden wordt eveneens een vervoersvoorziening verstrekt over de afstand tussen de woning of de opstapplaats en:
de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband van de basisschool waarvan de leerling afkomstig is; of
een andere speciale school voor basisonderwijs in het onder a bedoelde samenwerkingsverband, als het vervoer naar die school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen dan het vervoer naar de speciale school voor basisonderwijs als bedoeld onder a.
**3..** Als de ouders vanwege een specifieke onderwijskundige behoefte van de leerling een vervoersvoorziening aanvragen naar een school op een grotere afstand, dan de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen vastgelegd in het ondersteuningsplan van de dichtstbijzijnde toegankelijke school, wordt deze slechts toegekend als is voldaan aan de volgende voorwaarden:
aan het college is door de ouders de specifieke en noodzakelijke onderwijskundige onderwijsbehoefte van de leerling overlegd;
aan het college is door de ouders onafhankelijk advies ingewonnen van de deskundige, diens oordeel is dat de aangewezen dichtstbijzijnde toegankelijk school toch niet het noodzakelijke, specifieke onderwijsaanbod kan bieden.
in het OOGO zijn afspraken gemaakt over de deskundige en is overleg gevoerd over het aanbod voor onderwijs bij de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen als bedoeld in artikel 25, derde lid.
Hoofdstuk 3.
Artikel 6.