1. We nemen de bepalingen in de Wet FIDO met betrekking tot de kasgeldlimiet in acht;
2. We de in de Wet FIDO opgenomen Rente-risiconorm niet overschrijden;
3. We stemmen nieuwe leningen/uitzettingen af op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning;
4. We stemmen de rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting zo veel mogelijk af op de actuele rentestand en de rentevisie;
5. We stellen jaarlijks een rentevisie op, op basis van de rentevisie van minimaal 2 vooraanstaande financiële instellingen;
6. Binnen de kaders gesteld onder lid 3 en lid 4 streven we ook naar spreiding in de rentetypische looptijden van leningen/uitzettingen.