De indieningsverseisten van de omgevingsvergunning met de activiteit monumenten staan vermeld in hoofdstuk 5 van de Ministeriële Regeling Omgevingsrecht (MOR) http://wetten.overheid.nl/BWBR0027471
Hieronder de samenvatting toegespitst op de Maastrichtse situatie.
ingevuld aanvraagformulier (monumentnummer, naam van het monument, adresgegevens eigenaar, architect, aannemer, kadastrale gegevens, huidig gebruik en toekomstig gebruik, eventuele subsidieaanvragen, motivatie voor wijziging, datum en handtekening)
de volgende bouwtechnische tekeningen:
een situatietekening (in een schaal van minimal 1:1000)
opnametekeningen van de bestaande toestand en gebrekentekening; (in een schaal van minimaal 1:100)
plantekeningen van de nieuwe toestand en van de voorgenomen werkzaamheden, voor zover van toepassing daaronder begrepen de te vervangen of te veranderen onderdelen en de te verhelpen gebreken; (in een schaal van minimaal 1:100)
aanvullende tekeningen van bestaande en nieuwe toestand, waaronder begrepen detailtekeningen (minimaal 1:5/10/20) en doorsnedetekeningen (minimaal 1:100) en een situatietekening (minimaal 1:1000).
een verbouwings-/restauratieplan (zoals bedoeld in MOR, artikel 2.2 sub g) met daarin een gedetailleerde werkomschrijving per onderdeel van de toe te passen constructies, materialen, afwerkingen en kleuren alsmede van de wijze van verwerking daarvan, aanduiding van hoeveelheden, bemonstering en kleurcodering. Voor de opzet en inhoud hiervan vormt de ‘Restauratierichtlijnen bij verbouw en onderhoud van monumenten’ de leidraad;
overzichts- en detailfoto’s die een duidelijke indruk geven van het onderdeel van het monument waar de voorgenomen activiteit zal plaatsvinden;
indien van toepassing:
een gebrekenrapport (zoals bedoeld in MOR, artikel 2.2 sub f): een deskundige beschrijving van de technische staat van het monument ondersteund door fotomateriaal en/of tekeningen.
Een gebrekenrapport is in ieder geval van toepassing bij verbouwings-/restauratieplannen waarbij in het bouwplan herstel of vervanging van bestaand materiaal aan de orde is. In andere gevallen wordt dit beoordeeld afhankelijk van de aard en omvang van de aanvraag. De ‘Handleiding voor de restauratiepraktijk in de gemeente Maastricht’ is hiervoor eveneens een leidraad.
een bouwtechnisch rapport: zoals rapporten inzake bouwfysische, constructieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten;
Een bouwtechnisch rapport is in ieder geval noodzakelijk bij onduidelijkheden over de consequenties van de ingreep op het casco, constructie en materiaal in relatie tot het behoud van het monument. In andere gevallen wordt dit beoordeeld afhankelijk van de aard en omvang van de aanvraag. De ‘Handleiding voor de restauratiepraktijk in de gemeente Maastricht’ is hiervoor eveneens een leidraad.
een cultuurhistorisch rapport, daaronder begrepen rapporten met waardestelling en dateringoverzicht inzake architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie, conform een vooraf op te stellen Programma van Eisen van de gemeente Maastricht en gebaseerd op ‘Richtlijnen Bouwhistorisch Onderzoek’ opgesteld door o.a. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de Rijksgebouwendienst in april 2009;
Een cultuurhistorisch rapport is in ieder geval van toepassing bij grootschalige restauratieplannen, ingrijpende wijzigingsplannen waarbij de structuur van het pand wijzigt of bij bouwplannen waarbij ingrijpende sloop aan de orde is. In andere gevallen wordt dit beoordeeld afhankelijk van de aard en omvang van de aanvraag.
In uitzonderlijke gevallen bij gehele of gedeeltelijke sloop:
Een beargumenteerde onderbouwing dat behoud niet mogelijk blijkt (technisch en ruimtelijk) alsmede de mogelijkheden voor hergebruik.
Een documentatierapport van de te slopen onderdelen in de vorm van een cultuurhistorisch rapport met fotomateriaal en opnametekeningen.
Een opnametekeing van de bestaande toestand en slooptekening.
Een archeologisch onderzoek conform Programma van Eisen van de gemeente Maastricht indien er graafwerkzaamheden plaatsvinden dieper dan 40 cm en indien:
De ingreep gelegen is binnen een straal van 50 meter van een bekende vindplaats, een terrein op de Archeologische Monumenten Kaart (AMK-terrein) of historisch relict, omdat hierbinnen de kans groot is aanvullende informatie hierover aan te treffen.
De ingreep gelegen is binnen de eerste stadsmuur (de zero-tolerance-zone), waar bij alle ingrepen een afweging gemaakt dient te worden om onderzoek uit te (laten) voeren.
De ingreep gelegen is binnen:
Het buitengebied en een omvang heeft van minimaal 2500 m2 óf,
Het bebouwd gebied en een omvang heeft van minimaal 250 m2
Deze locaties zijn aangeduid op de bestemmingsplankaart van het vigerende bestemmingsplan. Indien deze locaties nog niet als zodanig zijn beschermd in het bestemmingsplan, zijn zij weergegeven op de cultuurwaardenkaart van de gemeente Maastricht. Zodra voor dit gebied een nieuw bestemmingsplan wordt vastgesteld wordt het archeologisch erfgoed beschermd in het Maastrichts Planologisch Erfgoedregime. Vanuit dit perspectief dringen wij er dan ook nadrukkelijk bij u op aan om hiermee rekening te houden in de planvorming. Om de hiervoor genoemde archeologische waarden op voorhand te behouden adviseren wij u bij de planvorming de bovenstaande procedure in acht te nemen.
Voor meer informatie over de vergunningverlening kan contact worden opgenomen met het gemeenteloket bouwen en wonen.
Zie ook:
www.omgevingsloket.nl
http://www.maastricht.nl/web/GemeenteLoket/GemeenteLoket/Alle-producten-en-diensten/Alle-producten-en-diensten/Productpagina.htm?dbid=687&typeofpage=79906
Hoofdstuk 6
Artikel 6.1