Naar hoofdinhoud
1.. De voorzitter van de raadscommissie beslist of het voorstel voldoet aan de ontvankelijkheidsvereisten als bedoeld in artikel 2, tweede lid. 2.. Indien de voorzitter de burgeragendering ontvankelijk verklaart, plaatst de voorzitter dit op de agenda van de eerstvolgende commissievergadering, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is. In dit laatste geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende commissievergadering geplaatst. 3.. De initiatiefnemer krijgt de gelegenheid het thema van de burgeragendering in de in lid 2 genoemde vergadering toe te lichten, er vragen van commissieleden over te beantwoorden en krijgt daarbij een tweede termijn. Artikel 20 van de verordening op de raadscommissies is van overeenkomstige toepassing. 4.. De raadscommissie trekt conclusies bij een burgeragendering

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel