Een raadslid moet actief en uit zichzelf (de schijn van) belangenverstrengeling tegengaan.
Toelichting:
De wetgever biedt raadsleden op vier manieren bescherming tegen de verleiding van be-langenverstrengeling en tegen de schijn ervan.
De wetgever geeft ten eerste aan dat de gemeenteraad als bestuursorgaan zijn taak zonder vooringenomenheid moet vervullen. De wetgever geeft de gemeente-raad de verantwoordelijkheid ervoor te waken dat persoonlijke belangen van raad-sleden de besluitvorming beïnvloeden. Met persoonlijk belang wordt gedoeld op ieder belang dat niet behoort tot de belangen die de gemeenteraad uit hoofde van zijn taak behoort te vervullen. Deze waakzaamheid geldt ook als het gaat om de schijn van belangenverstrengeling.
Let wel: het gaat hier om persoonlijke belangen; het gaat niet alleen om – zoals vaak door politici gedacht – ‘persoonlijk gewin’ of ‘persoonlijk voordeel’ of ‘persoon-lijke financiële inkomsten’. Raadsleden moeten dus beoordelen of er sprake is van een persoonlijk belang waardoor belangenverstrengeling ontstaat die de besluitvor-ming onterecht kan beïnvloeden. De wetgever doet een beroep op de verantwoorde-lijkheid van de gemeenteraad als geheel om ervoor te waken dat persoonlijke be-langen van zijn leden de besluitvorming beïnvloeden. Deze verplichting geldt gedu-rende het gehele proces van besluitvorming en niet alleen tijdens de stemming.
Politieke ambtsdragers struikelen soms in gevallen waarin er ‘slechts’ sprake is van de schijn van belangenverstrengeling. Het is dan ook in het belang van politici zelf dat dit voorschrift zo expliciet in de gedragscode is opgenomen.
De wetgever verbiedt raadsleden expliciet te stemmen als er sprake is van een aan-gelegenheid waarbij een raadslid een persoonlijk belang heeft. De wetgever pro-beert daarmee uit te sluiten dat een raadslid meestemt als sprake is van belangen-verstrengeling.
In een aantal gevallen vindt de wetgever dat die bescherming door het verbod te stemmen niet ver genoeg gaat. In die gevallen verbiedt de wetgever raadsleden ex-pliciet bepaalde functies te bekleden, rollen te vervullen en (rechts)handelingen uit te voeren. In de artikelen 1.4 en 1.5 van deze gedragscode wordt naar die verboden verwezen. In de bijlage van deze gedragscode treft u een opsomming aan regelge-ving die samenhangt met de integriteit van raadsleden, waaronder de verboden combinaties van functies en verboden overeenkomsten en handelingen.
De wetgever eist van raadsleden dat zij alle functies openbaar maken die zij vervul-len naast het raadslidmaatschap. Op die manier wordt het voor andere raadsleden, de burgemeester, wethouders fractievoorzitters, partijbestuurders, de griffier en de gemeentesecretaris mogelijk een raadslid te waarschuwen voor de kwesties waarin belangenverstrengeling dreigt. Ook de pers en de burger kunnen op basis daarvan een controlerende taak uitoefenen. Daarom is in deze gedragscode ook verordon-neerd dat raadsleden al hun financiële belangen bekendmaken bij ondernemingen die zaken doen met de gemeente.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.1