Naar hoofdinhoud
Een raadslid accepteert geen faciliteiten en diensten van anderen waarvan mag/kan worden aangenomen dat die hem uit hoofde van of vanwege zijn functie als raadslid worden aangeboden, tenzij: het weigeren ervan het raadswerk onmogelijk of onwerkbaar zou maken en tegelijkertijd de schijn van corruptie minimaal is.

Rechtspraak bij dit artikel