In de in deze beleidsregel bepaalde gevallen zal betrokkene, naast de gebruikelijke (aanvraag)formulieren, de Bibob-vragenformulieren dienen in te vullen en in te leveren bij het bestuursorgaan. Daarbij dienen ook de documenten te worden gevoegd, die in deze vragenformulieren zijn vermeld en/of bij de uitreiking van de formulieren door of namens het bestuursorgaan zijn genoemd. Het uitreiken van een Bibob-vragenformulier is daarmee tevens de start van een Bibob-onderzoek.
Wanneer de stukken niet tijdig worden aangeleverd, zal een redelijke hersteltermijn worden geboden. Deze termijn kan tot maximaal 4 weken worden gesteld. Het niet of niet volledig aanleveren van de in het kader van de Wet Bibob gevraagde gegevens leidt uiteindelijk op grond van artikel 4:5 Algemene wet bestuursrecht tot het niet in behandeling nemen van de aanvraag, dan wel op grond van artikel 4 eerste lid juncto artikel 30 Wet Bibob tot het intrekken van de reeds verstrekte vergunning.
Na de toetsing van het Bibob-vragenformulier wordt de Bibob-procedure voortgezet indien vragen blijven bestaan over met name:
de bedrijfsstructuur, of de activiteiten in en/of in de directe omgeving van de onderneming;
de financiering en oorsprong van het eigen vermogen en vreemd vermogen van het bedrijf/bouwproject, ook in relatie tot de natuurlijk persoon;
de omstandigheden in de persoon van de aanvrager, de financier van de onderneming/bouwproject/privaatrechtelijke overeenkomst of de eigenaar van het pand waarin de onderneming is gevestigd of de inventaris van de inrichting;
(andere) omstandigheden die het bestuursorgaan doen vermoeden dat er sprake is van een ernstig gevaar dat de vergunning/ privaatrechtelijke overeenkomst zal worden gebruikt voor het plegen van strafbare feiten, of het gebruiken van voordelen uit strafbare feiten.
(andere) omstandigheden die de gemeente doen vermoeden dat ter verkrijging van de aangevraagde dan wel gegeven vergunning een strafbaar feit is gepleegd of strafbare feiten worden gepleegd.
Het onderzoek behelst in ieder geval de controle en analyse van het ingevulde Bibob-vragenformulier (incl. bijlagen). Een open en gesloten bronnen onderzoek behoort tevens tot de mogelijkheden. Aanvullend kunnen justitiële, fiscale, bank en politiële gegevens gevraagd worden.
Als het bestuursorgaan op basis van het eigen onderzoek in het kader van de Wet Bibob genoeg aanwijzingen heeft om in redelijkheid te kunnen aantonen dat sprake is van een 'ernstig gevaar' als bedoeld in de Wet Bibob, kan het overgaan tot:
intrekking van een eerder verleende beschikking;
weigering van de aangevraagde beschikking;
het niet aangaan van een vastgoedtransactie, dan wel het inroepen van een ontbindende voorwaarde als bedoel in artikel 5a onder b. van de Wet Bibob;
Indien onvoldoende kan worden aangetoond dat er sprake is van een ernstig gevaar, zoals dit bepaald wordt op basis van artikel 3 van de Wet Bibob, maar dat de integriteitsrisico’s wel aanwezig zijn, dan spreekt de Wet Bibob in dat geval van een mindere mate van gevaar.
Het bestuursorgaan kan in dat geval voorschriften verbinden aan de beschikking c.q. overeenkomst. Deze aanvullende voorschriften zijn gericht zijn op het wegnemen of het beperken van het gevaar. Onder bepaalde omstandigheden kan een Bibob-advies met een mindere mate van gevaar conclusie naar het oordeel van het bestuursorgaan alsnog tot een weigering leiden. Er rust dan een zwaardere motiveringsplicht bij het bestuursorgaan.