Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Sanctiematrix

Onderdeel van Marktreglement gemeente ’s-Hertogenbosch 2021

Categorie 1: lichte overtredingen Stappenplan: Stap 1: Waarschuwen Stap 2: Opleggen last onder dwangsom Stap 3: Verbeuren dwangsom Stap 4: Intrekken vergunning Toelichting stappenplan: Na de eerste overtreding wordt verzocht de overtreding per direct ongedaan te maken. Wanneer daar niet direct gehoor aan wordt gegeven, wordt een schriftelijke waarschuwing gegeven. De ondernemer ontvangt hiervan een brief/mail. Omdat dit geen besluit is, kan hiertegen nog geen bezwaar worden gemaakt. Na de tweede overtreding (binnen één jaar na de waarschuwing) wordt een last onder dwangsom opgelegd. Op grond van artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet de betrokkene in de gelegenheid worden gesteld om een zienswijze naar voren te brengen. De zienswijzetermijn bedraagt twee weken nadat het voornemen bekend is gemaakt. De last onder dwangsom bij deze lichte overtredingen wordt opgelegd voor de periode van één jaar. De hoogte van de dwangsom bedraagt: - € 1.000,- per overtreding waaruit direct financieel voordeel kan worden gehaald, met een maximum van € 3.000,- (3 verbeurde dwangsommen van € 1.000,-). - € 500,- per overige overtreding, met een maximum van € 1.500 (3 x €500,-). Bij de derde, vierde en vijfde overtreding wordt de dwangsom verbeurd. Een dwangsom kan worden verbeurd in de periode dat nog bezwaar kan worden gemaakt tegen de opgelegde last onder dwangsom (ofwel: het besluit nog niet onherroepelijk is). Voordat het invorderingsbesluit wordt genomen, wordt de betrokkene op grond van artikel 4:8 van de Awb in de gelegenheid gesteld om een zienswijze naar voren te brengen. Bij de zesde overtreding wordt de vergunning ingetrokken. Voorafgaand aan dit besluit kan de betrokkene vooraf een zienswijze kenbaar maken op grond van artikel 4:8 Awb. De termijn hiervoor is twee weken. Dit stappenplan geldt voor de volgende overtredingen: In afwijking van vergunning standplaats innemen en vergunningvoorschriften overtreden (artikel 5, lid 3 en 6 verordening). Innemen standplaats en waarneming (artikel 9 verordening). Niet langer voldoen aan hetgeen waarvoor men punten heeft gekregen bij de verdeling van schaarse vergunningen (artikel 11, lid 2 onder b, verordening). Overtreden regels standwerken (artikel 15, sub a en c verordening en artikel 7 marktreglement). Overtreden regels branchering (artikel 3 marktreglement). Afwezigheid zonder tijdige afmelding (artikel 6 marktreglement). Verkooptijden, tijden op- en afbouw en voertuigen van de markt (artikel 8 marktreglement). Gebruik geluidsapparatuur zonder ontheffing (artikel 12 marktreglement). Zonder ontheffing op de standplaats koken, bakken, braden of frituren of handelen in strijd met regels over verminderen geurhinder (artikel 13 marktreglement). Uitstallingen plaatsen buiten de aangeduide standplaats (artikel 14 marktreglement). Venten zonder ontheffing (artikel 15 marktreglement). Verspreiden van gedrukte stukken (artikel 16 marktreglement). Niet in acht nemen regels uiterlijk aanzien standplaats/markt (artikel 17 lid 10 en 11 marktreglement). Categorie 2: middelzware overtredingen Stappenplan: Stap 1: Opleggen last onder dwangsom Stap 2: Verbeuren dwangsom Stap 3: Intrekken vergunning Toelichting stappenplan: Na de eerste overtreding wordt verzocht de overtreding per direct ongedaan te maken. Wanneer daar niet direct gehoor aan wordt gegeven, wordt een last onder dwangsom opgelegd. Op grond van artikel 4:8 Awb moet de betrokkene in de gelegenheid worden gesteld om zienswijze naar voren te brengen. De zienswijzetermijn bedraagt twee weken nadat het voornemen bekend is gemaakt. De last onder dwangsom bij deze middelzware overtredingen wordt opgelegd voor de periode van twee jaar. De hoogte van de dwangsom bedraagt € 2.000,- per overtreding, met een maximum van € 4.000,- (2 verbeurde dwangsommen van € 2.000,-). Bij de tweede en derde overtreding wordt de dwangsom verbeurd. Een dwangsom kan worden verbeurd in de periode dat nog bezwaar kan worden gemaakt tegen de opgelegde last onder dwangsom (ofwel: het besluit nog niet onherroepelijk is). Voordat het invorderingsbesluit wordt genomen, wordt de betrokkene op grond van artikel 4:8 van de Awb in de gelegenheid gesteld zienswijze naar voren te brengen. Bij de vierde overtreding wordt de vergunning ingetrokken. Voorafgaand aan dit besluit kan de betrokkene vooraf zienswijze kenbaar maken op grond van artikel 4:8 Awb. De termijn hiervoor is twee weken. In geval van een standwerker is het intrekken van een vergunning niet mogelijk en wordt besloten tot uitsluiting van een jaar (op grond van artikel 15 van de verordening). Dit stappenplan geldt voor de volgende overtredingen: Vergunningvoorschriften ontheffing koken, bakken, braden en frituren overtreden (artikel 5, lid 6 verordening). Niet opvolgen aanwijzingen en bevelen (artikel 14, sub c verordening). Niet of niet tijdig voldoen aan marktgeld (artikel 14, sub d verordening). Niet opvolgen aanwijzingen en bevelen door standwerker (artikel 15, sub d verordening). Zonder ontheffing buiten toegestane tijden voertuig op de markt aanwezig hebben (artikel 9 marktreglement). Standplaats niet schoonhouden of schoon achterlaten of niet voldoen aan de nadere regels over verpakkingsmaterialen (artikel 10 marktreglement). Niet op de juiste manier in stroom voorzien of onveilig stroomgebruik (artikel 11 marktreglement). Niet in acht nemen regels veilig innemen standplaats (artikel 17, lid 5 tot en met 9 marktreglement). Categorie 3: zware overtredingen Stappenplan: Stap 1: Schorsen vergunning Stap 2: Schorsen vergunning voor langere periode Stap 3: Intrekken vergunning Toelichting stappenplan: Na de eerste overtreding wordt de vergunninghouder voor één week geschorst van de markt. In tegenstelling tot bovenstaande sancties, die er in de eerste plaats op zijn gericht om herhaling te voorkomen, is dit in de eerste plaats een bestraffende sanctie. Deze heeft het meeste effect als deze zo snel mogelijk in werking treedt. Daarom wordt een voornemen tot schorsen zo snel mogelijk na de overtreding gedaan. De betrokkene heeft dan twee weken om zienswijze kenbaar te maken. Het besluit tot schorsing zal eveneens zo snel mogelijk worden genomen. Bij de tweede overtreding geldt hetzelfde als bij de eerste overtreding, met uitzondering van de duur van de schorsing. De vergunning wordt na de tweede overtreding voor drie weken geschorst. Een derde overtreding leidt tot het intrekken van de vergunning. Voorafgaand aan dit besluit kan de betrokkene vooraf zienswijze kenbaar maken op grond van artikel 4:8 Awb. De termijn hiervoor is twee weken. In geval van een standwerker is het intrekken van een vergunning niet mogelijk en wordt besloten tot uitsluiting van één jaar (op grond van artikel 15 van de verordening). Dit stappenplan geldt voor de volgende overtredingen: Zonder vergunning een vaste standplaats innemen (artikel 5, lid 1 verordening). Wangedrag of bedrog (artikel 14, sub b verordening). Wangedrag of bedrog door standwerker (artikel 15, sub b verordening). Marktmeester belemmeren in de uitoefening van de functie (artikel 16, sub c verordening). Schaden van de openbare orde en veiligheid van de markt (artikel 16, sub d verordening).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel