Zoals in de inleiding van dit hoofdstuk werd beschreven is het toezicht binnen het sociaal domein drieledig: toezicht op kwaliteit, rechtmatigheid en calamiteiten. Hieronder worden deze drie doelen nader toegelicht.
3.4.1 Kwaliteit van voorzieningen
Binnen de Wmo en de Jeugdwet speelt de kwaliteit van de ingekochte voorzieningen een grote rol. Dit omdat de gemeente verantwoordelijk is voor ondersteuning aan haar inwoners, maar de daadwerkelijke ondersteuning dagelijks wordt geleverd door een veelvoud aan zorgaanbieders. Het stellen van kwaliteitseisen maakt dat de gemeente controle houdt op dat wat aan inwoners wordt geleverd en dat indien nodig kan worden gestuurd op kwaliteitsverbetering. Deze eisen volgen uit de wettelijke kaders en uit dat wat contractueel met aanbieders is overeengekomen. De gemeente heeft dit uitbesteed aan GGD Rijnmond.
Toezicht op de kwaliteit van de jeugdhulp vindt plaats aan de hand van het Toetsingskader Verantwoorde Jeugdhulp. De inspecties werken samen volgens een zogeheten Jaarwerkprogramma Jeugd waarin de onderwerpen waarop het toezicht van de Inspecties zich richt zijn opgenomen6http://toetsingskadervhj.nl.
Voor de Participatiewet is er geen toezicht op kwaliteit.
3.4.2 Rechtmatigheid
Met toezicht op de rechtmatigheid wordt onderzocht of de geboden ondersteuning en de middelen doelmatig en
rechtmatig zijn ingezet. Waar nodig worden maatregelen getroffen om onrechtmatigheden te stoppen of te voorkomen, of signalen daarvan te onderzoeken. De Wmo en de Jeugdwet schrijven voor dat de
gemeenteraad bij verordening regels stelt ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik. In zowel de Wmo-verordening als de verordening Jeugdhulp wordt vastgelegd welke gevolgen oneigenlijk gebruik van voorzieningen met zich meebrengen. Voor de Participatiewet geldt dat er wettelijke kaders zijn voor het hanteren van maatregelen als er sprake is van oneigenlijk gebruik of misbruik. Deze kaders worden verder uitgewerkt in de handhavings- en afstemmingsverordening.
Binnen de Wmo en Jeugdwet wordt onderscheid gemaakt tussen formele- en materiële rechtmatigheid. Formele rechtmatigheid houdt in dat betalingen die plaatsvinden rechtmatig moeten zijn en zorg volgens afspraak moet worden geleverd en met een materiële rechtmatigheidscontrole wordt gecontroleerd of de gedeclareerde prestatie daadwerkelijk is geleverd.
3.4.3 Calamiteiten
In zowel de Wmo als de Jeugdwet is het verplicht gesteld dat zorgaanbieders calamiteiten die zich bij de uitvoering van de werkzaamheden voordoen, melden bij de toezichthouder. Onder calamiteiten verstaat de wet een niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis, die betrekking heeft op de kwaliteit van een voorziening en tot een ernstig schadelijk gevolg voor of de dood van een cliënt heeft geleid. Er is een overeenkomst met de GGD Rijnmond afgesloten waaruit volgt dat de GGD Rijnmond het calamiteitenonderzoek (Wmo) voor de gemeente uitvoert. Voor de Jeugdwet geldt dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd het calamiteitenonderzoek uitvoert voor de gemeente. Op grond van het wettelijk kader, wordt van aanbieders verwacht dat zij werken met een intern werkbaar calamiteitenprotocol dat tijdig en op zorgvuldige wijze bij medewerkers onder de aandacht wordt gebracht.
Een calamiteit proberen alle partijen te voorkomen, toch kan er onverhoopt een calamiteit plaatsvinden. Wij hechten er waarde aan dat een calamiteit wordt gemeld, zodat aanbieders en gemeenten kunnen leren en reflecteren. Calamiteiten melden kan middels het daarvoor bestemde meldingsformulier.
Wanneer calamiteiten zich voordoen melden zorgorganisaties dit bij de toezichthouder op de kwaliteit van de Wmo (GGD Rotterdam Rijnmond). De Toezichthouder informeert de verantwoordelijk wethouder(s) en betrokken beleidsadviseur(s) per e-mail wanneer een melding van een calamiteit is ingediend. Na afronding van het onderzoek volgt opnieuw een informerende e-mail van de toezichthouder. Ook in de jaarinformatie neemt de toezichthouder een overzicht van de in het betreffende jaar ontvangen en onderzochte calamiteiten.
De meldingsplicht bij calamiteiten staat los van de landelijke Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld die aanbieders verplicht zijn te gebruiken indien zij vermoedens van mishandeling of geweld constateren. Vanaf 2019 geldt zelfs een landelijk afwegingskader voor het gebruik van de meldcode, dat valt te beschouwen als een professionele norm voor het doen van een melding.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.4