Naast het recht op privacy dient ook het proportionaliteits- en subsidiariteitsbeginsel te allen tijde gewaarborgd te zijn.
Subsidiariteitsbeginsel: Als het doel via een minder ingrijpende weg bereikt kan worden, moet die weg genomen worden.
Proportionaliteitsbeginsel: De inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de belanghebbende moet in redelijke verhouding staan tot het doel. Ook betekent dit, dat niet meer informatie gevraagd mag worden dan noodzakelijk is voor dat doel.
Beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit zijn ook normen uit de privacyregelgeving. Alleen als de gegevensverwerking mede aan deze beginselen voldoet is de verwerking in overeenstemming met de AVG en dus toelaatbaar.
Uiteraard spelen deze beginselen, in een andere hoedanigheid, ook een rol bij het uitvoeren van de toezicht- en de handhavingstaken. Ze zijn dan ontleend aan de Algemene Beginselen van Behoorlijk Bestuur van het bestuursrecht dat beperkingen en voorwaarden oplegt aan alle overheidshandelingen en besluiten.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.3