Indirecte studiekosten van ten laste komende kinderen in verband met voortgezet onderwijs of een middelbare beroepsopleiding en die de belanghebbende niet kan dragen in verband met een laag inkomen en de afwezigheid van direct beschikbare middelen worden beschouwd als noodzakelijke kosten voortkomend uit bijzondere omstandigheden.
Er is ook sprake van een bijzondere omstandigheid wanneer belanghebbende in verband met schulden een WSNP-traject of een traject minnelijke regeling volgt en daardoor de kosten van maatschappelijke participatie niet kan dragen.
De hoogte van de bijzondere bijstand bedraagt, per kind, € 200 per kalenderjaar.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 3.
Bijzondere bijstand in verband met indirecte studiekosten van schoolgaande kinderen
Onderdeel van Beleidsregels Participatieregelingen