Naar hoofdinhoud
1.. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg, van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2.. De vergunning kan worden geweigerd in het belang van: een veilig gebruik van de weg; het noodzakelijk behoud van een openbare parkeerplaats; de bescherming van de openbare groenvoorzieningen; de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; of vanwege strijd met het geldend bestemmingsplan of de geldende beheersverordening; of als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of openbaar groen. 3.. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de geldende Waterschapskeur of de Omgevingsverordening Limburg 2014 (provinciale wegen). 4.. Op de aanvraag om een vergunning is Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel