Met een coffeeshop wordt een horeca inrichting bedoeld, waar alcoholvrije dranken worden verstrekt en waar softdrugs (zoals bedoeld in artikel 3 Opiumwet) wordt verkocht.
Voor de exploitatie van een coffeeshop in de gemeente Smallingerland heeft de aanvrager de volgende vergunningen nodig:
Een exploitatievergunning;
Een droge horecavergunning;
Een gedoogbeschikking (zie bijlage I).
De burgemeester kan op basis van artikel 2:28 van de Algemene Plaatselijke Verordening Smallingerland een exploitatievergunning (gedeeltelijk) weigeren, indien er naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van het bedrijf of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed
De vergunningen en gedoogverklaringen voor coffeeshops worden voor onbepaalde tijd verleend. Dit gelet op de uitspraak van de bestuursrechter, zoals vermeld in hoofdstuk 1.5.2. De ontwikkelingen rondom de toepassing van de wet- en regelgeving van schaarse vergunningen en coffeeshops worden gevolgd. Zo nodig wordt het coffeeshopbeleid daarop aangepast.
De exploitatievergunning is persoonsgebonden en locatie gebonden en dus niet overdraagbaar.
Zoals opgenomen in de Drank- en Horecaverordening Smallingerland, zijn er een aantal vereisten bij voor de verkrijging van een droge horecavergunning. Het gaat hierbij om:
De aanvrager dient 21 jaar of ouder te zijn;
De aanvrager voldoet aan de eisen op grond van artikel 8 van de Drank- en Horecawet;
De inrichting moet voldoen aan de eisen van het Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet;
Coffeeshops mogen onder strenge voorwaarden softdrugs verkopen. Zij worden daarvoor niet strafrechtelijk vervolgd. Hiervoor hebben zij echter wel een gedoogverklaring nodig. Aan deze gedoogverklaring zijn criteria verbonden (zie hoofdstuk 2.4 en 2.5).
Artikel 2.2
Betekenis coffeeshop en vergunningen
Onderdeel van Beleidsregel van de burgemeester van de gemeente Smallingerland houdende regels omtrent coffeeshops