Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 3.

Artikel 3.6

Ecologisch Groen

Onderdeel van Handboek Openbare Ruimte

3.6.1 Algemene voorwaarden Hoofddoelstelling bij het duurzaam en natuurvriendelijk inrichten van groen is het handhaven en of versterken van de natuurlijke variatie in leefgemeenschappen. Ecologisch groen dient aan te sluiten op de ecologische structuur (Structuurvisie en Natuurbeleidsplan), waarbij de uitgangspunten vanuit omgevingsvisie deel II, 3.2 Groen, Natuur en Landschap worden gevolgd, in het bijzonder de ecologische modellen. Bij het ontwerpen van natuurvriendelijk groen dienen de natuurdoeltypen vast te worden gesteld conform het natuurbeleidsplan. Bij het ontwerp van natuurvriendelijk groen dient te worden aangegeven welke (dier-)soorten als doelsoort zijn gekozen. Dit kan heel breed zijn, maar ook heel specifiek, bijvoorbeeld voor de Vroedmeesterpad of het Dwergblauwtje. Bij het ontwerpen dient gebruik te worden gemaakt van kringlopen en natuurlijke processen. Pas indien benodigd ontsnipperende maatregelen toe: Maak verbindingen met groene structuren, tunnelconstructies en andere aanpassingen. Leg uitstapplaatsen aan voor fauna. Hanteer andere ontsnipperende maatregelen volgens het natuurbeleidsplan. De maatvoering van water/natuurlijke oever dient af te worden gestemd op de beoogde natuurdoeltypen en het onderhoudsmaterieel. 3.6.2 Variatie en duurzaamheid Gradiëntrijke verschillen in vocht, voedselrijkdom, bodemsoort, kalk en expositie, reliëf en gelaagdheid van de vegetatiestructuur dienen te worden benut. Gradiëntrijke situaties bieden ruimte aan veel Creëer variatie in vocht, voedselrijkdom, bodemsoort, kalk en expositie, reliëf en gelaagdheid van de vegetatiestructuur ook door gevarieerd beheer. Bijvoorbeeld eenmaal per jaar maaien en afvoeren, tweemaal per jaar maaien en afvoeren, overjarig riet, ruig gras, kort gras, of zelfs geen beheer uitvoeren. Goede methoden zijn bijvoorbeeld gefaseerd beheer en sinusbeheer bij bloemrijk grasland. Benut de variatie in waterkwaliteit van regen naar grondwater. Breng een overgangsmilieu tussen water en land tot stand door ruimte te maken voor oevers. Creëer plaatselijke diepte en ondiepte voor vissen en amfibieën. Pas waar mogelijk natuurvriendelijke oevers toe. Oeverbeschermende plantengroei zoals riet en biezen kunnen de stabiliteit van de oever met een helling van 1:4 of flauwer zodanig garanderen dat een technische oeverbescherming overbodig is. Zorg dragen voor een duurzame financiële borging voor de beheerkosten.

Rechtspraak bij dit artikel