De Omgevingswet
De Omgevingswet is een fundamentele herziening van het omgevingsrecht. De Omgevingswet zal in 2022 in werking treden. In de Omgevingswet zullen alle wettelijke bepalingen, besluiten en regelingen opgaan die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving.
De wet heeft als maatschappelijke doelen:
het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit;
het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.
Gemeenten, provincies en waterschappen krijgen binnen de Omgevingswet meer ruimte om hun eigen beleid te bepalen. Onze gemeente dient samen met haar partners een omgevingsvisie, omgevingsplan en programma’s vast te stellen. Dit alles vraagt om een zorgvuldig proces.
Gezondheidsbeleid
Gezondheidsbeleid is al een gemeentelijke taak maar wordt met de komst van de Omgevingswet belangrijker. Een van de hoofddoelen van de Omgevingswet is om gezondheid een plek te geven binnen de fysieke leefomgeving. De vraag is nog hoe dat precies gedaan moet worden.
Dit VTH-beleid ziet op de wettelijke taken die een relatie hebben met de (fysieke) leefomgeving voor zover hieraan een VTH-component is verbonden. De volledige uiteenzetting van de reikwijdte, het wettelijk- en bestuurlijk kader vindt u in bijlagen 3, 4 en 5 van de Bijlagenbundel.
Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
Deze wet treedt vanaf 2022 in werking en geeft een nieuw stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen. Aanvragers/vergunninghouders zijn zelf verantwoordelijk voor de kwaliteitsborging en dienen daarbij maatregelen te nemen om aan de relevante wet- en regelgeving te voldoen.
De gemeente beoordeelt als bevoegd gezag gefaseerd niet meer direct op deze aspecten maar wel op o.a. de ruimtelijke ordening, omgevingsveiligheid en de welstand van het te realiseren bouwwerk.
Veiligheid
De gemeenteraad dient een Integraal Veiligheidsplan (IVP) op te stellen. In dit IVP dient de gemeente tenminste een keer in de vier jaar doelen vast te stellen op het terrein van veiligheid. Het IVP is daarmee een goede basis voor de operationele inzet op lokale veiligheidsprioriteiten door de gemeente, politie en andere organisaties. Verder heeft de burgemeester op het terrein van het veiligheidsbeleid bijzondere wettelijke bevoegdheden. Hierover legt de burgemeester jaarlijks verantwoording af aan de gemeenteraad.
In relatie tot het veiligheidsbeleid is ook de afstemming met de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) aan de orde. De VRU stelt een regionaal risicoprofiel (RRP) op. Het RRP (2019) wordt in afstemming met de partners actueel gehouden. In het RRP is een overzicht van de risicovolle situaties opgenomen die tot een brand, ramp of crisis kunnen leiden. Het RRP dient als basisinformatie voor het beleidsplan van de VRU. Relevante onderdelen uit het RRP en het VRU-beleidsplan en het IVP zijn integraal afgewogen in dit VTH-beleid.