Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.2

Stappen 2 en 4: Onderscheidende gebiedskenmerken en indelen bodembeheergebied in deelgebieden (1/2)

Onderdeel van Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart Regio Achterhoek

De basis van deze bodemkwaliteitskaart is het identificeren van deelgebieden met onderscheidende gebiedskenmerken. De verwachting is dat de kwaliteit tussen deelgebieden kan verschillen als gevolg van de verschillende gebiedskenmerken. Op basis van de gebruikshistorie, de ontwikkeling van wijken of gebieden, het huidig gebruik en de verwachte bodemkwaliteit zijn de deelgebieden gedefinieerd. Binnen een deelgebied wordt de bodemkwaliteit homogeen verondersteld (vergelijkbare kwaliteit). In overleg met de gemeenten Bronckhorst, Doetinchem, Oude IJsselstreek en Zutphen en de Omgevingsdienst Achterhoek (namens de andere gemeenten), hier aangeduid als ‘de werkgroep Besluit bodemkwaliteit regio Achterhoek’ is voor de gebiedsindeling uitgegaan van de bodemkwaliteitszones die in de eerder vastgestelde bodemkwaliteitskaarten zijn gedefinieerd (zie de kaartbijlagen B2). Het is de verwachting dat er geen clustering van hogere of lagere PFAS-gehalten voorkomt in de gemeenten. Met deze verwachting worden voor de PFAS-verbindingen in het horizontale vlak de hiervoor benoemde deelgebieden samengevoegd, waardoor 1 PFAS-deelgebied ontstaat. In het verticale vlak worden voor de PFAS-verbindingen 2 bodemlagen onderscheiden: (1) vanaf het maaiveld tot 0,5 meter diepte en (2) vanaf 0,5 meter tot 1,0 meter diepte onderscheiden. Deze bodemlagen zijn mogelijk verdacht voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen door atmosferische depositie, grondroering en uitspoeling van de bovengrond naar de ondergrond. De bodemlaag dieper dan 1 meter wordt conform het tijdelijk handelingskader van 2 juli 2020 vooralsnog niet verdacht voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen beschouwd. In deze bodemkwaliteitskaart worden de gebieden die verdacht zijn voor diffuus verhoogde OCB-gehalten als deelgebied voor de bodemlaag 0-0,5 m-mv opgenomen. Omdat deze percelen zeer verspreid en niet-aaneengesloten voorkomen is in overleg met de werkgroep Besluit bodemkwaliteit regio Achterhoek afgeweken van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Voor dit deelgebied is besloten dat meer dan 30 waarnemingen met bestrijdingsmiddelen aanwezig moeten zijn, maar dat niet per niet-aaneengesloten gebied 3 waarnemingen noodzakelijk zijn. Op basis van deze gegevens wordt een uitspraak gedaan over de diffuse bodemkwaliteit ten aanzien van OCB. In de nota bodembeheer wordt gebiedsspecifiek beleid opgenomen voor grondverzet op de gebieden die verdacht zijn voor diffuus verhoogde OCB-gehalten. 3.3Stap 3: Gegevensverzameling en gegevensverwerking

Rechtspraak bij dit artikel