Bij analyses komt het vaak voor dat een bepaalde stof in het grond(meng)monster aanwezig is in een concentratie beneden de detectiegrens van de gangbare analyseapparatuur. Hoewel de werkelijke waarde onbekend is (de waarde kan variëren van nul tot de detectielimiet) leveren deze monsters wel waardevolle informatie voor de gemiddelde bodemkwaliteit in een gebied. Voor deze analyseresultaten is de methode van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten gehanteerd. Deze methode houdt in dat de gerapporteerde detectielimieten worden vermenigvuldigd met een factor 0,7 om tot een rekenwaarde te komen.
De opgegeven detectielimiet van een bepaalde stof verschilt van rapport tot rapport. Verhoogde detectielimieten komen voor bij verstoringen in de grond(meng)monstermatrix. Daarnaast zijn de detectielimieten in de loop der jaren lager geworden doordat nauwkeuriger analyseapparatuur beschikbaar is gekomen.
Vastgesteld is dat voor de stofgroep PCB en individuele organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) relatief hoge detectielimieten in de dataset aanwezig zijn. In overleg met de werkgroep Besluit bodemkwaliteit regio Achterhoek is besloten dat:
• De verhoogde detectielimieten voor de individuele OCB worden gecorrigeerd naar de betreffende Achtergrondwaarden (AW2000). Sommige detectielimieten van individuele OCB zijn namelijk hoger dan de Achtergrondwaarden (AW2000) waardoor er nog steeds een vertekend beeld van de bodemkwaliteit zou ontstaan.
• De hogere detectielimieten voor PCB zijn gecorrigeerd naar de (lagere) detectielimieten die normaliter worden vastgesteld.
Met deze extra voorbewerkingen hebben de verhoogde detectielimieten geen storende invloeden bij de karakterisering van de bodemkwaliteitszones.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.3.3
Het vervangen van waarden beneden de detectielimiet
Onderdeel van Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart Regio Achterhoek