Bij grootschalige bodemtoepassingen moet, conform artikel 64 van het Besluit, een (grondstromen) beheerplan worden ingediend. In het beheerplan wordt minimaal opgenomen:
• Aan- en/of inleiding.
• Wettelijk kader en onderbouwing dat aan artikelen 5/35 van het Besluit (nuttige/functionele en ruimtelijk gewenste toepassing) wordt voldaan.
• Een technische onderbouwing waarmee wordt aangetoond dat wordt voldaan aan artikel 63 van het Besluit; de “technische” aspecten van de grootschalige bodemtoepassing (opbouw van de toepassing / deklaag / herkenbaarheid / kwaliteit grond / etc.).
• Uitvoeringsaspecten (betrokkenen / periode / meldingsregime / kwaliteitsverklaringen / registratie / oplevering / beheerder).
• Beheer / nazorg (in stand houden van toepassing én leeflaag / eventueel risico dat de grootschalige bodemtoepassing niet wordt afgerond en wie dan verantwoordelijk is / eventueel een monitoringsporgramma).
• Het plan kan voorzien worden met enkele bijlagen (bijvoorbeeld de ligging / opbouw van de grootschalige bodemtoepassing / verwachte ontgravingskwaliteit -boven- en ondergrond- in het ontgravingsgebied).
Door het tijdig in beeld brengen van de grondstromen en de afstemming met het bevoegde gezag kunnen knelpunten vooraf worden gesignaleerd en kan stagnatie tijdens de uitvoering worden voorkomen. Het grondstromenplan met de melding van het toepassen van grond worden ingediend bij het centrale meldpunt van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Hierdoor wordt de administratieve last verminderd.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.17.1
Grootschalige bodemtoepassing
Onderdeel van Nota bodembeheer Regio Achterhoek