Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.3

Kwaliteitsdoelstelling en beslisdiagram bij hergebruik van grond

Onderdeel van Nota bodembeheer Regio Achterhoek

Bij het nuttig toepassen van grond hanteren de gemeenten het ‘standstill’ principe op het niveau van het bodembeheergebied (zie § 2.4). Het ‘standstill’ principe betekent dat de bodemkwaliteit binnen het bodembeheergebied gelijk moet blijven en op termijn verbetert. Op het niveau van bodembeheergebied is een vermindering van de kwaliteit alleen toelaatbaar: • met grond uit de gemeenten van de regio Achterhoek, vrijgekomen bij grondverzet binnen het vastgestelde bodembeheergebied (zie § 2.4); • als de vastgestelde Lokale Maximale Waarden (zie § 2.5) niet worden overschreden; • als elders in het bodembeheergebied een verbetering van de bodemkwaliteit wordt gerealiseerd. De Lokale Maximale Waarden voldoen aan de landelijke definitie voor ‘duurzaam geschikt voor het beoogde gebruik’. Er treden met de plaatselijke vermindering van de kwaliteit geen risico’s op voor het (toekomstig) bodemgebruik. Op gebiedsniveau wordt als volgt invulling gegeven aan het ‘standstill’ principe: • Daar waar de grond wordt ontgraven treedt een lokale verbetering op van de bodemkwaliteit. • In gebieden waar een strengere toepassingseis geldt dan de kwaliteit van de ontvangende bodem, wordt een verbetering gerealiseerd. Voor grond van buiten het bodembeheergebied (zie § 2.4) gelden andere voorwaarden (zie § 2.9). Naast het gebiedsspecifieke grondstromenbeleid is in dit hoofdstuk ook algemeen beleid voor het hergebruik en toepassen van grond en het gebruik van de bodemkwaliteitskaart uitgewerkt. Hieronder is een beslisdiagram voor het toepassen van grond opgenomen.

Rechtspraak bij dit artikel