Decentralisatie en deregulering staan hoog genoteerd. In dit kader is ook inzake bodemkwaliteitsbeheer een toenemende verantwoordelijkheid van de gemeenten gerealiseerd en te verwachten. Een overzicht van huidige bevoegdheidsverdeling tussen gemeente enerzijds en provincie en Wbb bevoegde gemeenten anderzijds staat in tabel B2.5.
Tabel B2.5 Bevoegdheidsverdeling bij bodemverontreiniging
Omschrijving
Gemeente als bevoegd gezag in kader overige wetgeving
Provincie en
Wbb-gemeente als bevoegd gezag Wbb
lokale, bestaande gevallen van bodemverontreiniging:
niet ernstig 1
ernstig 2
X
X
nieuwe gevallen van bodemverontreiniging 3
binnen inrichting:
omgevingsvergunning 4
buiten inrichting:
in bodem- of grondwaterbeschermingsgebied
niet in beschermingsgebied 5
X
X
X
X
X
diffuse bodemverontreiniging:
gebiedseigen grond
verhoogde achtergrondwaarden bij Wbb-sanering
X
X
hergebruik grond:
toepassing in het kader van Besluit bodemkwaliteit
hergebruiksbeleid / zonering (Besluit bodemkwaliteit)
in (grondwater)beschermingsgebieden die zijn vastgelegd in PMV
X
X
X
1 Als het gaat om meer dan 50 m3 niet ernstige verontreiniging is niet de gemeente, maar de provincie (of de daarvoor aangewezen gemeenten) bevoegd gezag. Op basis van de Wet bodembescherming artikel 28 lid 4 is het Besluit overige niet-meldingsplichtige gevallen opgesteld. Hierin wordt onder andere geregeld dat voor niet-ernstige gevallen met een omvang groter dan 50 m3 grond of 100 m3 grondwater andere wettelijke kaders dan de Wbb van toepassing kunnen zijn, bijvoorbeeld de Woningwet. Hiervoor is de gemeente dan het bevoegd gezag.
2 Gevallen van ernstige bodemverontreiniging kleiner dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater vallen sowieso niet onder de meldingsplicht, evenzo gevallen van bodemverontreiniging kleiner dan 50 m3 grond of 100 m3 grondwater, de gemeente is dan bevoegd gezag.
3 Ontstaan/veroorzaakt na 1 januari 1987. Naast de typering ‘nieuwe gevallen’ kent de Wet bodembescherming ook het ‘ongewone voorval’. Dit is een bijzondere gebeurtenis waarbij verontreiniging of aantasting van de bodem is opgetreden.
4 Afhankelijk van wie bevoegd gezag is in het kader van de Wabo/ Activiteitenbesluit. De inrichtingen die vallen onder de bevoegdheid van de minister van I&M zijn hier buiten beschouwing gelaten.
5 De gemeente is het eerste aanspreekpunt bij de aanpak van nieuwe bodemverontreiniging buiten inrichtingen. De gemeente neemt hierbij de formele besluiten aangaande instemming met de voorgenomen sanering van deze gevallen. Hierbij is wel afstemming vereist met de provincie. De provincie kan aanvullende eisen stellen.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.7.1
Verdeling bevoegdheden bij bodemverontreiniging
Onderdeel van Nota bodembeheer Regio Achterhoek