**1..** In deze verordening wordt verstaan onder:
afzetten van hakhout: het bij wijze van onderhoudsmaatregel verwijderen van de bovengrondse delen van hakhout, zodanig dat dit weer kan uitlopen (om dat te garanderen moet van de bovengrondse delen van hakhout minstens 0,20 m boven het maaiveld blijven staan);
bebouwde kom: De bebouwde kom van de gemeente, zoals vastgesteld ingevolge artikel 4.1, onderdeel a. van de Wet Natuurbescherming;
bomenrij: drie of meer bomen, al dan niet langs een bestaande of voormalige weg, watergang en/of perceel, visueel als samenhangend element herkenbaar;
boom: een houtachtig, opgaand gewas, zowel levend als afgestorven;
boomgroep: een verzameling van drie of meer bomen, visueel als samenhangend element herkenbaar;
boomvormer: een houtachtig, opgaand gewas met ontwikkeling van één of meer hoofdtakken, die kan uitgroeien tot een boom, een meerstammige boom of een boomachtige struik;
(erf)bos: een boomgroep, al dan niet op of bij een erf;
cascokaart: indicatieve kaart, waarop de landschapstypen binnen de gemeente zijn aangegeven, waarop ook is aangegeven welke landschapselementen typerend en welke landschapselementen minder typerend zijn voor het ter plaatse aanwezige landschap, en waarop staat waar compenserende beplanting kan worden gerealiseerd ter versterking van het ter plaatse aanwezige landschapstype;
cultuurhistorische waarde: de waarde van een houtopstand gezien vanuit historisch perspectief;
dunning: velling, welke uitsluitend als een verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand moet worden beschouwd. De houtopstand als geheel verliest hierbij zijn functie en vorm niet.
ecologische waarde: de waarde van een houtopstand als (onderdeel van een) ecosysteem.
hakhout: bomen of boomvormers, die na het afzetten op de stobbe weer uitlopen én waarbij periodiek afzetten voor de instandhouding ervan noodzakelijk is;
houtopstand: bomen, boomvormers en landschapselementen;
houtwal: lijnvormig element van bomen, boomvormers, hakhout en/of struiken op een wallichaam;
kappen: het geheel of grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel van een houtopstand;
kandelaberen: Het snoeien van een boomkroon tot een hoofdstam met takstompen;
knotten: Het snoeien van een boomkroon tot een hoofdstam;
landschap: een geografisch gebied dat in zijn uiterlijk één geheel vormt, bestaand uit natuurlijke elementen (grondsoort, reliëf, waterhuishouding, bodem, hoogteligging) en uit door de mens aangebrachte elementen (houtopstanden, bewoningsvorm, grondgebruik, verkaveling, verkeersinfrastructuur);
landschapselement: hakhout; een houtwal; een singel; een boomgroep; een (erf)bos; een bomenrij;
landschapstype: de voor Noordoost Twente typerende variaties in landschappen, benoemd per variatie;
landschappelijke waarden: de waarde van houtopstanden en ruimtelijke structuren in een landschap die getuigen van een (nog) herkenbare ontwikkelingsgeschiedenis, inclusief archeologische waarden;
natuur- en milieuwaarden: de waarde van een houtopstand gezien vanuit het perspectief van natuur- en milieubescherming;
noodkap: met toestemming van het bevoegd gezag direct vellen van een houtopstand waarbij de reguliere procedure vanwege acuut gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang niet kan worden afgewacht;
periodiek afzetten: het afzetten van hakhout dat minstens één keer per 15 jaar plaatsvindt;
rooien: het met wortel en al verwijderen van een houtopstand;
singel: lijnvormig element van bomen, boomvormers, hakhout en/of struiken, niet gelegen op een wallichaam;
vellen: het kappen; rooien; verplanten; snoeien van meer dan 20% van de boomkroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen en knotten; het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood, ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben;
waarden voor stads- en dorpsschoon: de waarde van een houtopstand voor het verfraaien van het (straat)beeld binnen de bebouwde kom;
waarden voor recreatie en leefbaarheid: de waarde van een houtopstand voor recreatieve doeleinden en leefbaarheid op en in de nabije omgeving van de standplaats.
**2..** Indien op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een ander bestuursorgaan dan burgemeester en wethouders bevoegd is, wordt in deze verordening voor “burgemeester en wethouders” gelezen: het bevoegd gezag bedoeld in artikel 1.1 eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.