1. Huishoudens bestaande uit de alleenstaande ouder of een gezin met een of meer ten laste
komende kinderen in de in de artikelen 5,6,7 en 8 genoemde leeftijdsgroepen.
2. Huishoudens, bestaande uit een of meerdere personen van 18 jaar en ouder, die zelfstandig in hun bestaan kunnen voorzien.
3. Bejaarden verblijvende in verzorgingstehuizen.