Artikel 2.3 Vfl betreft een voorzetting van artikel 2:7 Apv (oud), zoals vastgesteld op 12 december 2019 en in werking getreden op 30 januari 2020. Met artikel 2:7 Apv (oud) was een nieuwe wettelijke basis gecreëerd en was voor het eerst toepassingsbeleid opgesteld (conform onderhavige beleid). Alhoewel geen nieuwe beleidslijn was beoogd, kunnen de regels zoals die vanaf 30 januari 2020 gelden (en thans worden voortgezet) op casuïstiek niveau tot andere uitkomsten leiden. Derhalve wordt ook het overgangsrecht voortgezet.
Onderhavig beleid is voor het eerst in werking getreden op 30 januari 2020, dat tot gevolg heeft dat:
op vóór 30 januari 2020 vergunde en bestaande (legale) uitwegen het nieuwe beleid niet van toepassing is, zolang deze ongewijzigd gehandhaafd blijven;
uitwegen die tot 30 januari 2020 niet vergunningplichtig waren, maar onder vigeur van dit beleid (en artikel 2.3 Vfl) niet zijn toegestaan, mogen - mits onveranderd - blijven voortbestaan en gebruikt;
bestaande onrechtmatige uitwegen, zullen voor zover deze niet passen binnen dit beleid, onrechtmatig blijven.
Voor alle overige gevallen geldt dat vanaf 30 januari 2020 het nieuwe regime van toepassing is.
Kosten
Een uitwegconstructie vergt meestal een fysieke aanpassing van de openbare weg. Voor zover deze weg is aangelegd door de gemeente of behoort tot gemeentelijk eigendom, wordt een uitweg ook in beheer en opdracht van de gemeente uitgevoerd. Hierop zijn geen uitzonderingen mogelijk. De kosten die gemoeid zijn met het aanleggen van een uitweg worden op de aanvrager verhaald via de privaatrechtelijke weg. Het betreffen de volledige kosten voor alle fysieke veranderingen van de weg ten behoeve van de uitweg, waaronder de vervanging van trottoirtegels (zie onderstaande). Deze kosten betreffen aldus geen legeskosten behorende bij de te verlenen omgevingsvergunning, maar de uitvoeringskosten van de uitweg.
Onderdeel van een uitwegconstructie, ongeacht of dit een geheel nieuwe of slechts een verandering of verbreding van een bestaande uitweg betreft, zijn de trottoirtegels of andere aanwezige bestrating (voor zover van toepassing). Veelal zal een uitweg toegang geven tot een perceel waarbij over het trottoir moet worden gereden. Een trottoir is in de regel
aangelegd met bestratingsmaterialen gericht op de belasting van voetgangers. Ten behoeve van de aanleg van een uitweg worden derhalve de bestaande trottoirtegels (of andere bestrating), vervangen door dikkere trottoirtegels (of bestrating) die een hogere belasting kunnen verdragen. Deze kosten maken aldus onderdeel uit van de uitvoeringskosten van een uitweg.
Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking