Een omgevingsvergunning voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a of c, van de wet is niet vereist, indien:
Er bij de woning nog geen (vergunningsvrije) mantelzorgwoning aanwezig is.
De mantelzorgontvanger een origineel getekende schriftelijke verklaring overlegt van een huisarts, of het sociaal wijkteam waaruit de behoefte blijkt voor mantelzorg als bedoeld in artikel 1 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor).
Met het overleggen van die schriftelijke verklaring dient, ook in situaties waarin de mantelzorgvoorziening vergunningsvrij wordt gerealiseerd, hiervan tevens een melding bij het college van burgemeester en wethouders plaats te vinden.
Het college van burgemeester en wethouders houdt een register bij van percelen, waarop een mantelzorgvoorziening is gerealiseerd.
Bij ontvangst van de verklaring wordt de situatie vastgelegd met een brief (vaststellingsbrief, daarin staan de voorwaarden, meldingsplicht bij beëindiging en ook de regels voor het verwijderen van voorzieningen) en in de gemeentelijke registraties (BAG en BRP). In deze brief wordt o.a. duidelijk aangegeven dat het bewoning betreft ten behoeve van mantelzorg, en dat reguliere bewoning niet is toegestaan.
Het huishouden in de mantelzorgwoning bestaat uit maximaal twee personen, van wie tenminste één persoon mantelzorg verleent aan - of ontvangt van een bewoner van het hoofdgebouw (de woning).
Burgemeester en wethouders hanteren daarbij de volgende uitgangspunten:
Er is geen sprake van onevenredige aantasting van in het geding zijnde belangen, waaronder begrepen die van omwonenden en omliggende bedrijven, de verkeersveiligheid, de stedenbouwkundige structuur en/of milieu hygiënische belemmeringen en;
de mantelzorgwoning wordt zodanig gesitueerd dat deze een ruimtelijke eenheid vormt met de woning waarbij de mantelzorgwoning wordt gerealiseerd en de daaraan grenzende percelen. Inpandige aanpassingen zijn ook mogelijk. De mantelzorgwoning wordt daarvoor bij voorkeur (gemotiveerd afwijken is slechts in specifieke gevallen, bij lange en diepe percelen, mogelijk) geheel binnen een afstand van maximaal 100 meter achter de originele achtergevel van het hoofdgebouw geplaatst (niet op het voorerf/-tuin dan wel zij erf). en;
het gebruik als mantelzorgwoning is van tijdelijke aard, gedurende de periode dat een dergelijke voorziening voor het verlenen dan wel ontvangen van zorg ook daadwerkelijk nodig is.
De voorzieningen voor mantelzorg in het pand dienen van zodanige aard te zijn, dat het pand, nadat de mantelzorg is beëindigd, in oorspronkelijke staat (dat wil in ieder geval zeggen niet meer geschikt voor bewoning) kan worden teruggebracht en;
de oppervlakte van de mantelzorgwoning bedraagt maximaal 100 m² in het buitengebied en de goothoogte bedraagt maximaal 3,5 meter.
Artikel 1
Toetsings- en beoordelingscriteria
Onderdeel van Besluit van burgemeester en wethouders van de gemeente Aalsmeer tot vaststelling van de Beleidsregels mantelzorgwoningen 2021