Naar hoofdinhoud

Artikel 13.

Subsidievaststelling

Onderdeel van Algemene subsidieverordening Cranendonck 2021

1.. Bij subsidies die per kalender jaar worden verstrekt dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in, uiterlijk 1 juni van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar 2.. Het college stelt een subsidie vast uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend. 3.. De termijn onder lid 2 kan eenmaal voor ten hoogste 6 weken worden verdaagd. 4.. Bij subsidies tot € 50.000 wordt een inhoudelijk verslag ingediend, waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan. 5.. Bij subsidies van meer dan € 50.000 bevat de aanvraag: een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan alle verplichtingen is voldaan; een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; en een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant. De vrijwilligersorganisaties zijn hiervan uitgezonderd. 6.. Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in de artikelen lid 1 is ingediend, kan het college de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Wordt de aanvraag niet binnen deze termijn ingediend dan kan het college overgaan tot ambtshalve vaststelling. 7.. Bij nadere regels kan van de vaststellingsprocedure worden afgeweken, waaronder het direct vaststellen zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend.

Rechtspraak bij dit artikel