Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden

Onderdeel van Algemene subsidieverordening Cranendonck 2021

1.. Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de wet weigert het college de subsidie in ieder geval: als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt, of als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard. 2.. Onverminderd het vorige lid weigert het college de subsidie in ieder geval als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat: subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader. 3.. Onverminderd de vorige leden kan het college de subsidie verder in ieder geval weigeren: Als de te subsidiëren activiteiten niet (in overwegende mate) gericht zijn op of ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen, als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd. als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen, activiteiten met een (para)commercieel doel c.q. karakter; activiteiten die koepelorganisaties aanbieden aan de (leden van) de aangesloten organisaties; activiteiten van politieke aard; activiteiten met een religieus of levensbeschouwelijk karakter; activiteiten die niet algemeen toegankelijk zijn vanwege bijvoorbeeld de hoge kosten van deelname of het hanteren van een selectie- of invitatiestelsel (behalve als daarvoor een functionele aanleiding bestaat); activiteiten die strijdig zijn met de duurzaamheid; activiteiten waarbij er sprake is van een ongerechtvaardigd eigen belang van de aanvrager; voor activiteiten waarvoor onverminderd het bepaalde in artikel 5, geen geoormerkt budget beschikbaar is om in subsidie te voorzien; als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift; als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt; in de bij de betrokken nadere regels bepaalde gevallen. 4.. Het college kan een subsidie intrekken, wijzigen en/of terugvorderen indien op basis van een (steekproefsgewijze) controle of anderszins is gebleken dat: een toekenning is gebaseerd op onjuiste gegevens die door de aanvrager verwijtbaar zijn verstrekt, of het verleende subsidiebedrag niet is besteed aan het doel en activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt, of niet aan andere verplichtingen is voldaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel