Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.3.

Bijbehorend bouwwerk

Onderdeel van Planologisch afwijkingsbeleid gemeente Rijssen-Holten 2021

Wettelijk kader Artikel 4, onderdeel 1 van bijlage II van het Bor bepaalt het volgende: Voor verlening van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de wet waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de wet van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, komen in aanmerking: een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen: niet hoger dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf, de oppervlakte niet meer dan 150 m2; Beleidsregels 0. Aan bovenstaande mogelijkheden worden voor het plangebied van het ‘ Chw omgevingsplan buitengebied’ geen toepassing gegeven. Voor verlening van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de wet waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de wet van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, komen in aanmerking: het uitbreiden van of een bijbehorend bouwwerk bij een woning in het achtererfgebied, gelegen binnen de bebouwde kom, mits er wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: het bouwen heeft niet tot gevolg dat de oppervlakte voor bijbehorende bouwwerken die mogelijk is op basis van het geldende bestemmingsplan voor meer dan 50% wordt overschreden, met een maximum van 25 m²; uitbreidingen en/of een bijbehorend bouwwerk zijn toegestaan op een afstand van tenminste 3 meter achter de oorspronkelijke voorgevel of het verlengde daarvan; bij een uitbreiding van een vrijstaande woning moet tenminste aan één zijde een afstand van 2,5 meter tot de zijdelingse perceelsgrens in acht worden genomen; het bouwplan voldoet voor wat betreft de overige maten en afmetingen aan de voorschriften van het betreffende bestemmingsplan; het is niet toegestaan het dak van het bijbehorend bouwwerk te gebruiken als balkon of dakterras, tenzij het geldende bestemmingsplan dit toestaat. Voor overkappingen geldt bovendien dat; de hoogte maximaal 3,5 meter bedraagt; de gezamenlijke oppervlakte aan overkappingen op het bouwperceel maximaal 25 m² bedraagt; de overkapping tenminste 1 meter achter de voorgevel of het verlengde daarvan wordt opgericht. Voor een carport geldt bovendien dat de oppervlakte van een carport niet in mindering wordt gebracht op de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken, mits er wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: op het bouwperceel niet meer dan één carport aanwezig is; de hoogte maximaal 3,5 meter bedraagt; de oppervlakte van de carport op het bouwperceel maximaal 25 m² bedraagt; de carport tenminste 1 meter achter de voorgevel of het verlengde daarvan wordt opgericht. een erker in het voorerfgebied bij een woninggelegen binnen de bebouwde kom, mits er wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: erkers (exclusief eventuele luifels) aan de voorgevel zijn toegestaan voor een breedte van ten hoogste 2/3 deel van de oorspronkelijke voorgevelbreedte, met een maximum van 4 meter; erkers aan de zijgevel zijn toegestaan voor een breedte van ten hoogste 4 meter; van de maten zoals genoemd onder a. en b. kan in geringe mate worden afgeweken als de bestaande gevelopeningen dit noodzakelijk maken; de voorzijde van de erker ligt maximaal 1,5 meter vóór de voor- of zijgevel gevel van de woning, met dien verstande dat deze afstand voor eventuele luifels 1 meter bedraagt; de afstand van de voorzijde van de erker tot openbaar toegankelijk gebied bedraagt tenminste 2,5 meter; de hoogte van de erker niet meer dan 25 centimeter boven de 1e verdiepingsvloer uitkomt; niet voorzien van een balkon of dakterras. het uitbreiden van of een bijbehorend bouwwerk bij een woning in het achtererfgebied bij hoofdgebouwen buiten de bebouwde kom, mits er wordt voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: het bouwplan voldoet voor wat betreft de overige maten en afmetingen aan de voorschriften van het geldende bestemmingsplan; het bouwplan past binnen de opzet van het geldende bestemmingsplan; het uitbreiden van of een bijbehorend bouwwerk bij een hoofdgebouw, anders dan zijnde een woning, mits er wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: het aansluitende terrein mag niet voor meer dan 50% worden bebouwd; de oppervlakte die op grond van het geldende bestemmingsplan voor bebouwing in aanmerking komt mag niet met meer dan 25% worden overschreden; het beoogde gebruik van de uitbreiding of het bijbehorend bouwwerk mag niet afwijken van het bestaande gebruik van het hoofdgebouw. Voor andere situaties dan bepaald onder 1, 2, 3 en 4 gelden geen specifieke beleidsregels. Gemotiveerd kan per verzoek besloten worden om medewerking te verlenen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel