Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.5

Ondersteuning door Het College

Onderdeel van Beleidsregels Werk en Inkomen Gemeente Lochem

Een grote groep inwoners kan een beroep kan doen op het College voor ondersteuning om aan het werk te gaan. De financiële middelen die door het rijk beschikbaar zijn gesteld aan gemeenten zijn echter beperkt. Daarom zijn er keuzes gemaakt bij het inzetten van de middelen en kunnen niet alle voorzieningen ingezet worden voor de hele doelgroep. In deze beleidsregels zijn de keuzes vastgelegd. Voor sommige voorzieningen geldt, dat er een wettelijke verplichting is om deze beschikbaar te stellen aan een specifieke doelgroep. Voor andere voorzieningen hebben gemeenten meer ruimte gekregen om te bepalen of iemand ervoor in aanmerking komt. Uitgangspunt is dat de voorzieningen evenwichtig worden verdeeld onder de totale doelgroep. In de Verzamelverordening Werk en Inkomen 2021 van de gemeente Lochem zijn de belangrijkste beleidskeuzes vastgelegd. Hieronder volgen de belangrijkste beleidskeuzes uit deze verordening: De ondersteuning van het College is in principe gericht op de kortste weg naar werk. Het College houdt rekening met de omstandigheden en mogelijkheden van de persoon, voordat hulp wordt geboden of voorzieningen worden ingezet. Het College houdt bij het inzetten van voorzieningen rekening met de afstand tot de arbeidsmarkt. Het College waakt ervoor dat het inzetten van voorzieningen niet leidt tot oneerlijke concurrentie of verdringing op de arbeidsmarkt. Het College zorgt ervoor, dat ook andere voorzieningen die nodig zijn kunnen worden benut. Denk bijvoorbeeld aan schuldhulpverlening of een Wmo-voorziening. Het College stelt in samenspraak met de klant richting de toekomst een plan op. Doelgroepen De gemeente kan ondersteuning bieden bij re-integratie aan personen die behoren tot één van de volgende doelgroepen (art. 7 Participatiewet). Het gaat hierbij in ieder geval om mensen die wonen in Lochem en nog niet de pensioenleeftijd hebben: uitkeringsgerechtigden (Participatiewet, IOAW, IOAZ); niet-uitkeringsgerechtigden zonder werk; mensen met een nabestaandenuitkering (ANW); gesubsidieerde werknemers (bijvoorbeeld mensen met een loonkostensubsidie; inwoners die hun baan, met loonkostensubsidie, zijn kwijtgeraakt en bijvoorbeeld WW of WIA ontvangen (pas als iemand twee jaar zonder ondersteunende voorziening het wettelijk minimumloon verdient, wordt het UWV verantwoordelijk voor de re-integratie). De wet maakt het mogelijk dat bepaalde voorzieningen door de gemeente worden ingezet voor mensen die buiten de wettelijke doelgroep vallen. Het gaat hier met name om: re-integratievoorziening beschut werk: deze kan ook worden ingezet voor mensen met een UWV-uitkering; loonkostensubsidie: deze kan ook worden ingezet voor jongeren die vanuit het voortgezet speciaal onderwijs, het praktijkonderwijs of de entreeopleiding MBO (binnen 6 maanden) zijn gaan werken bij een werkgever. Het College bepaalt in principe zelf welke voorzieningen ingezet worden voor welke groepen inwoners. Re-integratievoorzieningen In de Verzamelverordening werk en inkomen 2021 zijn de belangrijkste voorzieningen vastgelegd. Het College kan echter, naar beoordeling van de consulent Werk, ook andere voorzieningen aanbieden als dat zinvol is voor het toeleiden naar werk. De voorzieningen worden hieronder verder besproken. Niet ieder traject of iedere voorziening is passend voor een werkzoekende. Om te kunnen bepalen welke voorziening ingezet wordt, hanteren we de participatieladder. Iedere klant wordt ingedeeld in een ‘trede’, die de afstand tot de arbeidsmarkt weergeeft. Een correcte indeling helpt bij de juiste dienstverlening aan werkzoekenden. De zes treden staan hieronder kort beschreven. Trede 1; Geïsoleerd levend; bijvoorbeeld vereenzaamd, alleen internetcontacten Trede 2; Sociale contacten buitenshuis; bijvoorbeeld bezoek van buren en vrienden, incidenteel deelnemen aan activiteiten Trede 3; Deelname aan georganiseerde activiteiten; bijvoorbeeld; cursus of opleiding, actief verenigingslid. Trede 4; onbetaald werk; bijvoorbeeld werk met behoud van uitkering, stage, vrijwilligerswerk, tegenprestatie Trede 5; betaald werk met ondersteuning; bijvoorbeeld werk met aanvullende uitkering van gemeente of UWV, werk met externe begeleiding, werk en tegelijk een inburgeringscursus, werken met loonkostensubsidie Trede 6; betaald werk; bijvoorbeeld baan met arbeidscontract, zzp’er, ondernemer. Plan Als een klant recht heeft op een uitkering, wordt samen met de klant een plan opgesteld. In het plan wordt stilgestaan bij de huidige situatie van de klant op de arbeidsmarkt en wordt omschreven welke sterke punten en belemmeringen van invloed kunnen zijn op de mate waarin de klant kan deelnemen aan de arbeidsmarkt. In het plan worden meetbare en realistische doelen en activiteiten opgenomen die zijn gericht op arbeid of maatschappelijke activiteiten. Deze activiteiten kunnen variëren van het contact opnemen met een hulpverlener tot het solliciteren op een vacature. In het plan wordt ook de ondersteuning vanuit het College concreet gemaakt. In het Plan wordt tevens vastgelegd wat de huidige trede van de participatieladder is en de potentiele trede (binnen 1 jaar) van de kandidaat.

Rechtspraak bij dit artikel