Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.2

Niet gedetineerd

Onderdeel van Beleidsregels Werk en Inkomen Gemeente Lochem

Iemand die ‘rechtens zijn vrijheid is ontnomen’ (detentie) heeft geen recht op bijstand. Dat geldt voor elke vorm van vrijheidsontneming met een wettelijke basis, dus niet alleen verblijf in een gevangenis of huis van bewaring. Het gaat dan bijvoorbeeld om: verblijf in een politiecel, arrestantenlokaal, enz; voorarrest; verblijf in een open of gesloten inrichting; weekendverlof (tijdens detentie); buitengewoon verlof, meestal 1 dag (bijvoorbeeld een begrafenis); “ter beschikking gesteld” zijn (TBS). Tijdens de detentie is er geen recht op bijstand, ook al duurt dat maar een dag. De dag van opname en de dag van terugkeer tellen mee als dagen waarop iemand gedetineerd is. Iemand die zich onttrekt aan detentie heeft ook geen recht op bijstand. Onder ‘onttrekken’ wordt verstaan: Niet melden na een oproep bij de inrichting voor het uitzitten van de straf; ontsnappen uit detentie; niet terugkeren van verlof tijdens detentie. Het Ministerie van Justitie voorziet tijdens detentie in de noodzakelijke kosten van het bestaan. Voor sommige groepen gedetineerden is soms wel bijstand mogelijk. Dit geldt bijvoorbeeld voor gedetineerden met elektronische detentie (ED), elektronisch toezicht (ET), een penitentiair plan (PP), alternatief gestraften, TBS-ers met proefverlof enz. Het gaat dan om gedetineerden waarvoor Justitie niet in de noodzakelijke kosten voorziet (soms voor een deel, soms in het geheel niet). Let op: iemand in detentie kan soms bijzondere bijstand krijgen voor het doorbetalen van de woonlasten tijdens detentie. Dit is niet standaard: er moet sprake zijn van zeer dringende redenen, na een individuele afweging. In principe moet de gedetineerde zelf maatregelen nemen voor doorbetaling van de woonlasten.

Rechtspraak bij dit artikel