De algemene bijstand wordt per kalendermaand vastgesteld. Inkomsten worden dus ook per maand verrekend met de uitkering.
Bij de inkomstenverrekening is de datum waarop de bijstand ingaat of wordt beëindigd van belang. Over de betreffende maand tellen alleen de inkomsten mee die betrekking hebben op het deel van de maand waarover recht op bijstand bestaat. Inkomsten die betrekking hebben op een periode waarin geen aanspraak bestaat op bijstand, worden beschouwd als vermogen (zie par. 4.1).
Het kan zijn dat een klant zijn inkomsten niet per maand maar per week of per 4 weken ontvangt. Dan moet eerst beoordeeld worden op welke maand de inkomsten betrekking hebben. Inkomsten worden dan zoveel mogelijk verrekend met de bijstand in de maand waarin de inkomsten feitelijk worden ontvangen. De vier-weken-betaalsystematiek kan er wel toe leiden dat er één maand is waarin tweemaal inkomsten moeten worden gekort. Dan wordt over die maand dus geen uitkering uitbetaald. Het College kan dan met een klant een afspraak maken om inkomsten op een andere manier te korten, bijvoorbeeld door de inkomsten over een langere periode uit te smeren. Volgens de Participatiewet is het in ieder geval mogelijk om inkomsten tot zes maanden na ontvangst alsnog te verrekenen met de lopende uitkering.
Heeft de klant erg wisselende inkomsten, dan kan met de klant de afspraak worden gemaakt om maandelijks een vast bedrag te korten op de uitkering en dit na verloop van tijd te corrigeren. Het inkomen wordt dan over een langere periode geschat en na enige tijd wordt over een achterliggende periode berekend wat er teveel of te weinig aan inkomen is verrekend. Eventueel wordt dan nog een extra verrekening toegepast of wordt er een nabetaling op de uitkering gedaan.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.3.3
Verrekening inkomsten per maand
Onderdeel van Beleidsregels Werk en Inkomen Gemeente Lochem