Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.4

Identificatieverplichting

Onderdeel van Beleidsregels Werk en Inkomen Gemeente Lochem

Om het recht op bijstand te kunnen vaststellen moet de identiteit van de aanvrager vaststaan. Het College stelt de identiteit van de aanvrager vast aan de hand van een geldig legitimatiebewijs. Onder een geldig legitimatiebewijs wordt hier verstaan: Een geldig paspoort, een geldige Nederlandse identiteitskaart of een geldig vreemdelingendocument. Een rijbewijs is geen geldig legitimatiebewijs, omdat daarin de nationaliteit niet is vermeld. Ook bij latere contacten wordt de identiteit vastgesteld aan de hand van een geldig paspoort, Nederlandse identiteitskaart of vreemdelingendocument. Verlopen legitimatiebewijs Uitgangspunt is dat een aanvrager zich identificeert aan de hand van een geldig legitimatiebewijs. Komt een aanvrager met een verlopen document, dan wordt de (aan)vraag in behandeling genomen en wordt de klant in de gelegenheid gesteld alsnog zo snel mogelijk een geldig legitimatiebewijs te overleggen. Het recht op bijstand kan immers pas vastgesteld worden als de identiteit van de aanvrager is vastgesteld.

Rechtspraak bij dit artikel