Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.5.4

Maatregelen als een klant zich verwijtbaar niet voldoende inspant

Onderdeel van Beleidsregels Werk en Inkomen Gemeente Lochem

Het College stemt de taalactiviteiten van de klant af op zijn inspanningen gericht op re-integratie en participatie. De taalactiviteiten maken een onderdeel uit van die re-integratie en participatie. Van de klant wordt verwacht dat hij daaraan medewerking verleent. Is een klant uitgenodigd voor een taaltoets, maar komt hij daar niet voor opdagen, dan wordt de uitkering in principe met 30% verlaagd voor de duur van een maand. Laat de klant te weinig vooruitgang zien bij de taalontwikkeling, dan is er volgens de wet aanleiding om de bijstand te verlagen met de volgende percentages: Een verlaging met 20% van de bijstand gedurende de eerste zes maanden; Een verlaging van 40% van de bijstand gedurende de volgende zes maanden; En daarna een verlaging van 100% van de bijstand gedurende onbepaalde tijd. Bij toepassing van deze verlaging kan de klant altijd de verlaging stoppen door: een vrijstellend bewijs te leveren (= een bewijs dat aantoont dat iemand over het wettelijk gestelde taalniveau voldoet); met goed gevolg de taaltoets af te leggen, of bereidheid te tonen om weer te starten met afgesproken taalactiviteiten. Ook wanneer iemand door overmacht of om een andere reden zich niet meer kan of hoeft in te zetten voor verbetering van zijn taalvaardigheid, is dit aanleiding om de maatregel te stoppen. De maatregel moet altijd worden afgestemd op de omstandigheden van de klant en zijn/haar mogelijkheden om middelen te verwerven, als er naar oordeel van Het College, gelet op bijzondere omstandigheden, dringende redenen daartoe noodzaken.

Rechtspraak bij dit artikel