Onder maatregel wordt verstaan: het toepassen van een verlaging van de uitkering. Uitgangspunt is dat een maatregel duidelijk voelbaar is wanneer de klant arbeidsverplichtingen niet is nagekomen of in andere opzichten is tekortgeschoten in zijn verplichtingen. Het doel van een maatregel is gedragsverandering.
De regels over maatregelen zijn niet alleen in de Participatiewet, IOAW en IOAZ te vinden, maar ook in de Verzamelverordening Werk en Inkomen 2021 van de gemeente Lochem (Hierna: Verzamelverordening). Het opleggen van een maatregel is in principe verplicht als de verwijtbare gedraging zich heeft voorgedaan. Dat is anders, als het gedrag de klant niet te verwijten is. Dan kan van een maatregel worden afgezien. Dat is ook zo in geval van dringende persoonlijke omstandigheden (zie ook par. 6.2.2).
De Participatiewet en de Verzamelverordening geven een opsomming van allerlei onwenselijke gedragingen.
Gemeentelijk regime Verzamelverordening
In de Verzamelverordening worden 2 categorieën (groepen) maatregelen genoemd, namelijk:
Een maatregel van 30% gedurende 1 maand. Dit is een maatregel van de ‘eerste categorie’. Dit geldt voor de volgende gedragingen:
Onvoldoende inzet tonen om betaald werk te verkrijgen, voor zover dit niet voortvloeit uit gedrag als bedoeld in artikel 18 lid 4 Participatiewet (zie hieronder);
Onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan;
Onvoldoende meewerken aan het afleggen van een taaltoets, bedoeld in artikel 18b van de Participatiewet;
Geen gebruik willen maken van een voorziening, gericht op toeleiding naar werk, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder, bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet;
Onvoldoende verrichten van een opgedragen tegenprestatie;
Onvoldoende nakomen van andere arbeidsverplichtingen dan de arbeidsverplichtingen die in de Verzamelverordening en in de Participatiewet, de IOAW of de IOAZ zijn genoemd;
Niet nakomen van verplichtingen die verband houden met de aard en het doel van een bepaalde vorm van bijstand;
Niet nakomen van een opgelegde verplichting om een noodzakelijke medische behandeling te ondergaan;
Niet nakomen van verplichtingen die zijn gericht op vermindering van de bijstand;
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid in de voorziening in het bestaan, wat heeft geleid tot een financiële benadeling van het College tot € 4.000,-.
Een maatregel van 100% gedurende 1 maand. Dit is een maatregel van de ‘tweede categorie’ en geldt voor de volgende gedragingen:
Onvoldoende gebruik maken van een door het College aangeboden voorziening (alleen voor de IOAW);
Niet meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden om betaald werk te krijgen (alleen voor de IOAW);
Niet aanvaarden of het door eigen toedoen verliezen van betaald werk (alleen voor de IOAW);
Zeer ernstige misdragingen tegenover personen of instanties die met de uitvoering van de Participatiewet, IOAW en IOAZ belast zijn;
Onvoldoende nakomen van verplichtingen die gericht zijn op beëindiging van de bijstand;
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid in de voorziening in het bestaan, wat heeft geleid tot een financiële benadeling van Het College van € 4.000,- of hoger.
Wettelijk regime Participatiewet
In de Participatiewet zijn ook gedragingen opgesomd die aanleiding geven voor een maatregel. Die gedragingen zijn te vinden in artikel 18 lid 4. Deze maatregelen worden ‘geüniformeerde maatregelen’ genoemd, omdat ze voor alle bijstandsgerechtigden in Nederland gelden. De maatregel bedraagt dan 100% voor de duur van een maand. Het gaat om de volgende gedragingen:
Niet aanvaarden of behouden van betaald werk;
Niet ingeschreven staan bij een of meerdere uitzendbureaus;
Het niet naar vermogen betaald werk zoeken in een andere gemeente dan de gemeente van inwoning, alvorens naar die andere gemeente te verhuizen;
Niet bereid zijn om 3 uur per dag te reizen voor werk;
Niet bereid zijn om te verhuizen, als er geen andere mogelijkheid is om betaald werk te krijgen of te behouden, en de klant daardoor een arbeidsovereenkomst kan krijgen van tenminste een jaar en een netto beloning van minimaal de toepasselijke bijstandsnorm;
Niet verkrijgen en behouden van kennis en vaardigheden die noodzakelijk zijn voor werk;
Belemmeren van betaald werk door kleding, gebrek aan persoonlijke verzorging of gedrag;
Niet gebruik maken van door het College aangeboden voorzieningen, gericht op het verkrijgen van werk én mee te werken aan onderzoek naar zijn of haar mogelijkheden voor werk. Daaronder valt ook: de klant die niet verschijnt op een uitnodiging om op een bepaald moment op een bepaalde plaats te komen, met het oog op toeleiding naar werk.
Het College moet onderzoeken of er aanleiding is om een maatregel op te leggen, als de klant tekortschiet in zijn verplichtingen. De volgende aspecten zijn dan van belang:
Wat is er gebeurd? (zie par. 6.2.1)
In welk opzicht is de klant tekortgeschoten? (6.2.2)
Is er sprake van opnieuw verwijtbaar gedrag? (6.2.3)
Wat is de zienswijze van de klant? (6.2.4)
Wat worden de hoogte, duur en ingangsdatum van de maatregel? (6.2.5)
Wat moet er in het besluit worden opgenomen? (6.2.6)
Hoe kan de maatregel worden herzien? (6.2.7)