Wanneer een klant binnen 12 maanden na het nemen van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd zich opnieuw verwijtbaar gedraagt, dan wordt een maatregel opgelegd volgens het stelsel van recidive. In geval van herhaling (recidive) van verwijtbaar gedrag gelden de volgende regels:
Eerste maatregel is 30% van de bijstandsnorm:
in geval van een herhaalde verwijtbare gedraging binnen 12 maanden, vindt een verlaging met 30% gedurende 2 maanden plaats;
in geval van een tweede herhaling van verwijtbaar gedrag binnen dezelfde 12 maanden, vindt een verlaging met 30% gedurende 4 maanden plaats.
Eerste maatregel is 100% van de bijstandsnorm:
in geval van een herhaalde verwijtbare gedraging binnen 12 maanden, vindt een verlaging met 100% gedurende 2 maand plaats;
in geval van een tweede herhaling van verwijtbaar gedrag binnen dezelfde 12 maanden, vindt een verlaging met 100% gedurende 3 maanden plaats.
Bij herhaling van verwijtbaar gedrag wordt de maatregel dus langer. Voorwaarde voor het verlengen van de maatregel is, dat het gaat om gedrag met hetzelfde karakter, waarvoor hetzelfde of een hoger percentage geldt. De maatregel kan dus niet worden verlengd, als het eerste gedrag het niet voldoen aan de arbeidsverplichtingen betreft, en het tweede gedrag het niet benutten van een voorziening. De maatregel kan ook niet worden verlengd, als voor de eerste gedraging een maatregel van 100% geldt en voor de tweede maatregel een standaardpercentage van 30%.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.2.3
Is er sprake van opnieuw verwijtbaar gedrag?
Onderdeel van Beleidsregels Werk en Inkomen Gemeente Lochem