Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.2.5

Wat worden de hoogte, duur en ingangsdatum van de maatregel?

Onderdeel van Beleidsregels Werk en Inkomen Gemeente Lochem

Hoogte van de maatregel Na de beoordeling van de gedraging volgt het bepalen van de hoogte van de maatregel. Er zijn twee maatregelcategorieën: 30% en 100%. Dat zijn percentages van de toepasselijke bijstandsnorm voor de klant. Deze standaardpercentages vormen het uitgangspunt voor het vaststellen van de hoogte van de maatregel. Vervolgens moet worden beoordeeld of er aanleiding is om de maatregel te verlagen. Dat wordt ‘matiging’ genoemd. Matiging Matiging is aan de orde in twee gevallen: in hoeverre is het gedrag de klant te verwijten? Als het gedrag niet verwijtbaar is kan geen maatregel worden opgelegd. Dat kan zich bijvoorbeeld voordoen, als de klant niet heeft kunnen solliciteren als gevolg van een ziekenhuisopname. Het is ook denkbaar dat de klant wel enig verwijt te maken is, maar dat er sprake is van verminderde verwijtbaarheid. Dat kan aan de orde zijn als het College steken heeft laten vallen in de voorlichting en de benadering van de klant. Dat kan een reden zijn om de maatregel bijvoorbeeld te halveren; zijn er bijzondere omstandigheden die een dringende reden vormen om de maatregel te verlagen? Als de klant door het verlagen van de uitkering onredelijk zwaar wordt getroffen, kan de maatregel worden verlaagd of kan er volledig worden afgezien van het opleggen van een maatregel. De klant wordt onredelijk zwaar getroffen als het effect van de verlaging te ingrijpende gevolgen heeft. Het kan zijn dat door het verlagen van de uitkering een schuldensituatie uit de hand loopt. Dat kan een reden zijn om de maatregel te matigen. Dat zal niet snel het geval zijn. De klant heeft namelijk vaak de mogelijkheid om de maatregel van tafel te krijgen door gedragsverandering (zie par. 6.2.7. Inkeerregeling). 100%-maatregelen Als het gaat om een 100%-maatregel en er zijn dringende redenen, dan is de eerste stap om na te gaan of deze dringende redenen worden weggenomen, als de maatregel over drie maanden wordt uitgesmeerd. Als dat geen uitkomst biedt, dan pas wordt de maatregel verlaagd of wordt eventueel afgezien van de maatregel. Verzwaring De Verzamelverordening maakt het niet mogelijk een hogere maatregel op te leggen dan in de verordening staat. Het maatregelpercentage van 30% kan dus niet verhoogd worden tot 60%. Duur van de maatregel De maatregel wordt in principe opgelegd voor de duur van een kalendermaand. Als de uitkering tijdens de kalendermaand wordt beëindigd, blijft de maatregel beperkt tot het deel van de maand waarover de klant nog uitkering ontvangt. Herleeft de uitkering binnen 12 maanden na beëindiging van de uitkering, dan kan het niet opgelegde deel van de maatregel alsnog worden opgelegd. Dat is echter geen automatisme. Het College moet dan een nieuw maatregelbesluit nemen. Daarbij moeten alle afwegingen worden gemaakt die voor een normale maatregel gelden. Ingangsdatum maatregel De maatregel gaat in op de eerste dag van de maand waarin het maatregelbesluit wordt verstuurd. Als dat niet (meer) mogelijk is, dan wordt de ingangsdatum de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin het besluit is verstuurd. De verlaging van de uitkering vanwege een maatregel kan alleen plaatsvinden op een betaling in de toekomst, dus in de maand volgend op de maand waarin het besluit wordt verzonden. De klant moet het besluit dus hebben voordat de maatregel wordt uitgevoerd.

Rechtspraak bij dit artikel