Iemand heeft recht op bijstand in de gemeente waar hij zijn woonplaats heeft. Heeft de klant geen vaste woonplaats, dan is het de gemeente waar hij daadwerkelijk verblijft. Dit is anders als er sprake is van een dakloze: die kan zich melden bij de gemeente Deventer voor een uitkering als hij een binding heeft met de gemeente Lochem.
Bij een tijdelijk verblijf elders geeft een klant zijn woonplaats niet op, bijvoorbeeld als hij voor revalidatie tijdelijk in een verpleeghuis verblijft. Als het verblijf in een inrichting niet meer tijdelijk, maar permanent wordt, gaat de bijstandsverlening over van de vertrekgemeente naar de gemeente waar de inrichting is gevestigd. Om te bepalen of iemand nog zijn woonplaats in de gemeente Lochem heeft, is bepalend op welke plek het centrum van het maatschappelijk leven van die persoon ligt. Dat moet uit de feiten en omstandigheden blijken.
Uitgangspunt bij het vaststellen van de woonplaats is: "Zich bevinden = Woonplaats = Adres in BRP”. De aanvrager moet dus ingeschreven staan in de BRP van de gemeente Lochem. Het adres in de BRP moet hetzelfde zijn als het adres dat de aanvrager opgeeft. Is dat niet zo of staat de aanvrager niet in de BRP ingeschreven, dan moet hij aantonen (met huurcontract, huurbetalingsbewijzen, bewijzen betaling energienota's, etc.) waar hij werkelijk verblijft. Het adres moet in BRP dan zo snel mogelijk worden aangepast aan de feitelijke situatie.
De klant heeft de taak de registratie in de BRP in overeenstemming te brengen met de werkelijke situatie. De klant moet dus kunnen aantonen dat hij daadwerkelijk in de gemeente Lochem woont. De gemeente waar de klant zijn woonplaats heeft, is de gemeente die bijstand verleent.
Het College kan op individuele basis besluiten om het gebruik van een postbus toe te staan, bijvoorbeeld in het geval de klant het adres deelt met anderen waardoor regelmatig post zoekraakt of bij een ernstig slechtziende alleenwonende klant.