Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7.3

Artikel 7.3.4

Vakantie 7.3.4.1 Vakantie in het buitenland

Onderdeel van Beleidsregels Werk en Inkomen Gemeente Lochem

Volgens de Participatiewet heeft iedere klant per kalenderjaar recht op 28 dagen vakantie in het buitenland, met behoud van uitkering. Een langer verblijf in het buitenland dan de 28 dagen is niet mogelijk. Toch zijn er enkele uitzonderingen op deze 28-dagen termijn: aantoonbaar solliciteren, en een medische behandeling in het buitenland Aantoonbaar solliciteren in het buitenland Wanneer belanghebbende de mogelijkheid heeft een baan te krijgen in het buitenland en daarvoor in het buitenland aanwezig moet zijn om te solliciteren en zaken te regelen, dan is het mogelijk om langer dan 28 dagen in het buitenland te verblijven. Er moet dan wel een reëel uitzicht zijn op werk. Medische behandeling in het buitenland Een klant die in een buitenlandse kliniek een behandeling ondergaat, kan soms langer dan de voor hem/haar toegestane vakantietermijn met behoud van uitkering in het buitenland verblijven, voor de duur van de behandeling. Na overschrijding van de 28-dagen termijn, zal de bijstand dan worden omgezet in bijstand volgens de norm voor verblijf in een inrichting (zie hoofdstuk 3 ‘Bijstandsnormen’), zolang de behandeling duurt. Als het nodig is, kunnen de vaste lasten van de woning worden vergoed via de bijzondere bijstand. Van belang zijn de volgende punten: De behandeling in het buitenland vindt plaats op indicatie van de behandelend arts én met toestemming van de Zorgverzekeraar; Tijdens de behandeling in het buitenland moet de klant blijven voldoen aan de verplichtingen, verbonden aan de uitkering. Vakantie sparen niet toegestaan De toegestane periode van 28 dagen geldt per kalenderjaar. Deze dagen kunnen niet meegenomen worden naar een volgend kalenderjaar, wanneer niet de volle 28 dagen zijn benut en er nog dagen ‘over’ zijn. Het is niet mogelijk om twee toegestane periodes van 28 dagen aan “elkaar te plakken”. Bijvoorbeeld in december 28 dagen, en in januari van het volgend jaar 28 dagen (in totaal 56 dagen). Wel is toegestaan: 14 dagen in december, en vervolgens 14 dagen in januari, totaal 28 dagen aaneen. Vakantie en werk/scholing Een verblijf in het buitenland betekent dat de klant tijdelijk niet aan zijn werk- of re-integratieverplichtingen kan voldoen. De vakantie mag er niet toe leiden dat een werk- of scholingstraject wordt afgebroken of wordt belemmerd. Is dat wel het geval dan kan dit leiden tot verlaging van de uitkering (zie hoofdstuk 6 ‘Bestuurlijke sancties’). Het College verwacht dat de klant zelf vooraf toestemming of ‘verlof’ heeft aangevraagd bij de organisatie die het werk, het traject of opleiding verzorgt. Vaststellen periode verblijf buitenland Voor de bepaling van de periode van verblijf in het buitenland, wordt de dag van vertrek niet meegeteld als een dag waarop belanghebbende in het buitenland verblijft. Vooraf melden Het College verwacht van de klant, dat deze de vakantie in het buitenland vooraf ruimschoots op tijd doorgeeft aan de inkomensspecialist van het College. De vakantie moet in ieder geval zo vroeg mogelijk worden gemeld, zodat de klant voor de vakantie op de hoogte is of het College toestemming verleent voor de vakantie. De klant meldt zijn vakantie door middel van het wijzigingsformulier. De klant moet zijn reis van te voren hebben afgestemd met het re-integratiebureau en/of de opleiding, waar de klant evt. een traject volgt. Het College checkt of dit verblijf in het buitenland niet in strijd is met re-integratieverplichtingen. Wanneer de klant zonder toestemming naar het buitenland gaat, kan de uitkering worden verlaagd. Wanneer de klant te lang in het buitenland verblijft, wordt de klant uitgesloten van het recht op bijstand over die periode. Te lang verblijf buitenland bij gezinsuitkeringen Klanten die een gezinsuitkering ontvangen, hoeven niet samen en tegelijkertijd in het buitenland te verblijven. Elke partner heeft een eigen recht op de maximaal toegestane periode verblijf buitenland. Als een of meerdere gezinsleden te lang in het buitenland verblijft, wordt onderzocht of de uitkering van de in Nederland achterblijvende gezinsleden moet worden aangepast. Zodra het gezin weer “compleet” is, wordt onderzocht of de gezinsnorm moet worden hersteld.

Rechtspraak bij dit artikel