Bij verhaal van bijstand op een onderhoudsplichtige wordt het verhaalsbedrag berekend door gebruik te maken van de normen die zijn opgenomen in het Rapport alimentatienormen van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (Tremanormen).
Het College kan op verzoek van de onderhoudsplichtige het verhaalsbedrag aanpassen als zijn omstandigheden zijn gewijzigd en die wijziging volgens de Tremanormen tot een lagere draagkracht leidt. Dat kan aan de orde zijn als de woonlasten zijn verhoogd, het inkomen is teruggevallen buiten de schuld om van de onderhoudsplichtige of als de gezinssituatie is gewijzigd.
Tenminste een keer in de drie jaar onderzoekt het College of de draagkracht van de onderhoudsplichtige met zich meebrengt, dat het verhaalsbedrag gewijzigd moet worden of dat de bijstand moet worden verhaald (als dat nog niet het geval was). Een wijziging in de financiële situatie van de onderhoudsplichtige kan er ook toe leiden dat het College een onderzoek naar de hoogte van het verhaalsbedrag instelt.
Het verhaalsbedrag wordt niet gewijzigd als de draagkracht slechts beperkt is gewijzigd. Onder een beperkte wijziging wordt hier verstaan: maximaal €25,- per maand of €300,- op jaarbasis.
Het door de rechter vastgestelde verhaalsbedrag worden jaarlijks met ingang van 1 januari van rechtswege gewijzigd met het percentage dat wordt genoemd in artikel 1:402a BW.
Hoofdstuk 8
Artikel 8.2.4
Berekening verhaalsbedrag bij onderhoudsplicht
Onderdeel van Beleidsregels Werk en Inkomen Gemeente Lochem