Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 11

Artikel 40

Voorwaarden persoonsgebonden budget voor de aankoop van roerende voorzieningen

Onderdeel van Gemeente Beesel Nadere Regels Wmo 2021

1.. Wat betreft de aankoop van voorzieningen maakt het college per toekenning een berekening. Daarbij moet het bedrag voldoende zijn om de voorziening aan te schaffen om de bestaande problemen voldoende te compenseren. 2.. De hoogte van het persoonsgebonden budget wordt als volgt vastgesteld: Het PGB-bedrag voor voorzieningen is toereikend en vergelijkbaar met de natura voorziening. De bedragen zijn afgeleid van de bedragen voor de natura voorzieningen, inclusief de voor de gemeente geldende korting. De belanghebbende levert een offerte aan welke goedgekeurd dient te worden door het college. Een aanvraag voor een PGB kan geweigerd worden voor zover de kosten van het PGB hoger zijn dan de kosten van de maatwerkvoorziening in natura. Een belanghebbende kan zelf bijbetalen wanneer de door hen gewenste voorziening adequaat duurder is dan het door het college voorgestelde aanbod. De belanghebbende dient een factuur aan te leveren van de door hem betaalde kosten. 3.. Bij de beoordeling van de kwaliteit van een maatwerkvoorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget wordt uitgegaan van wettelijke kwaliteitseisen voor de maatwerkvoorziening waarvoor het pgb bedoeld is. 4.. Het persoonsgebonden budget voor de aankoop van een voorziening wordt geacht in ieder geval toereikend te zijn voor een periode overeenkomend met de afschrijvingstermijn die van toepassing is op de met het persoonsgebonden budget te verwerven voorziening. 5.. Het verstrijken van de afschrijvingstermijn betekent niet automatisch dat recht bestaat op een nieuwe voorziening. In zulke situaties zal altijd beoordeeld worden of de oude voorziening nog bruikbaar is en een passende bijdrage kan leveren aan de zelfredzaamheid en participatie van de budgethouder 6.. Een PGB voor een auto-aanpassing is gelijk aan de door het college geaccepteerde offerte. Er moeten minimaal twee offertes ter beoordeling worden overlegd. Er wordt uitgegaan van een levensduur van de aanpassingen van minimaal 5 jaar. 7.. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken en teruggevorderd als blijkt dat het pgb binnen 6 maanden na toekenning niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.

Rechtspraak bij dit artikel