**1..** De volgende doelgroepen kunnen volgens de wet (art 1.13), naast de Kinderopvangtoeslag, in aanmerking komen voor een aanvullende tegemoetkoming van de gemeente vanuit het Participatiebudget in de kosten van kinderopvang:
- - de ouder met een PW/IOAW/IOAZ/ANW uitkering die gebruik maakt van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling;
- - de ouder, jonger dan 18 jaar, die scholing of een opleiding volgt en een bijstandsuitkering ontvangt of kan ontvangen.
- - de ouder die student is en staat ingeschreven bij een school of instelling als bedoeld in paragraaf 2.2 of 2.4 van de WTOS of artikel 2.8 t/m 2.11 WSF.
**2..** Voor de belanghebbende wordt vastgesteld welke vorm en omvang de kinderopvang moet hebben. Hierbij is leidend wat voor het kunnen volgen van de voorziening of de opleiding/studie nodig is.
**3..** De tegemoetkoming wordt berekend met behulp van de berekeningstool op Belastingdienst/Toeslagen.nl (proefberekening) op de wijze zoals in de toelichting op dit artikel staat omschreven.
**4..** Het toekennen van de tegemoetkoming vindt plaats als onderdeel van het met belanghebbende af te sluiten trajectplan.
**5..** Het verstrekken van de tegemoetkoming duurt voort zolang er een noodzaak is aan te wijzen.
**6..** De inlichtingenplicht als bedoeld in de Participatiewet is onverkort op deze verstrekkingen van toepassing.
**7..** Jaarlijks vindt in augustus/september aan de hand van de jaaropgave van het kinderopvangorganisatie en de definitieve beschikking van de Belastingdienst rondom de ontvangen kinderopvangtoeslag de definitieve vaststelling van de tegemoetkoming plaats.