Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten:
Financieringen worden enkel aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak;
Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken teneinde de renterisico’s en het renteresultaat te optimaliseren;
Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen zijn onderhandse leningen;
De gemeente vraagt offertes op bij minimaal 3 instellingen voordat een financiering wordt aangetrokken. De offertes worden intern schriftelijk vastgelegd;
Per transactie mag er maximaal € 10.000.000 per keer overeengekomen worden;
De wethouder Financiën wordt vooraf ingelicht over het aan te trekken lange geld en parafeert hiervoor. Indien het gaat om een lening van meer dan € 100.000, dan dient - alvorens de lening wordt aangegaan - een besluit van het college van Burgemeester en Wethouders genomen te worden over (1) de noodzakelijkheid om de betreffende lening aan te gaan, en (2) de keuze uit de aangevraagde offertes. Vorenbedoelde besluitvorming wordt voorbereid door de Treasurer;
De geldleningsovereenkomst van lang geld wordt door de burgemeester getekend.