Naar hoofdinhoud
Het is een gegeven van algemene bekendheid dat hennepteelt, drugsproductie en drugshandel veelal gepaard gaat met overlast en criminaliteit. Dit is een ongewenste situatie. Artikel 13b van de Opiumwet geeft de burgemeester de mogelijkheid om bestuursdwang toe te passen ter handhaving van de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet. Deze bevoegdheid staat bekend als de Wet Damocles. De tekst van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet luidt als volgt: “De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf: een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is; een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a voorhanden is.” Bestuursrechtelijke maatregelen zijn reparatoire maatregelen, dat wil zeggen gericht op het ongedaan maken van de overtreding. Zij mogen niet dienen als punitieve sancties, dat wil zeggen niet gericht zijn op het bestraffen van overtredingen. Er hoeft geen sprake te zijn van overlast ten gevolge van drugsgerelateerde activiteiten om artikel 13b van de Opiumwet te kunnen toepassen. De enkele omstandigheid dat is geconstateerd dat drugs zijn verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig zijn, is voldoende voor toepassing ervan.1Onderzoeksreeks Politieacademie “Waar een klein land groot in kan zijn”, Pieter Tops e.a. 2018 Sinds de uitbreiding van de sluitingsbevoegdheid in 2019 is het ook mogelijk om artikel 13b Opiumwet toe te passen in geval van voorhanden zijn van voorwerpen of stoffen die vermoedelijk bestemd zijn voor onder meer het bereiden, bewerken of vervaardigen van harddrugs, respectievelijk voor grootschalige of bedrijfsmatige illegale hennepteelt. Het voorliggende handhavingsbeleid staat los van de strafrechtelijke handhaving. In voorkomende gevallen kan tevens strafvervolging worden ingesteld door het Openbaar Ministerie, naast de bestuurlijke handhaving op grond van artikel 13b van de Opiumwet. In 2014 is het Regionaal Hennepconvenant – Integrale aanpak van hennepkwekerijen in Oost Nederland getekend. De convenantpartners werken samen om door middel van een integrale aanpak een einde te maken aan de ongewenste ontwikkelingen ten aanzien van hennepkwekerijen in de provincies Overijssel en Gelderland. In 2015 is de regionaal opgestelde beleidsregel vastgesteld in de meeste gemeenten van Gelderland-Zuid. Eén van de aanbeveling van het rapport van de werkgroep hennep Gelderland-Zuid over het jaar 2016 was de beleidsregel te herzien op basis van ervaringen en ontwikkelingen. Eind 2017 is een uitvraag naar ervaringen gedaan onder alle gemeenten en de convenantpartners. Begin 2018 is een werkgroep georganiseerd en is deze regionale conceptversie van de beleidsregel opgesteld. Dit concept is vervolgens in 2019 aangepast aan de nieuwe wettekst van artikel 13b Opiumwet. Door middel van deze actualisatie wordt het nuloptiebeleid bevestigd, wordt de wijze van sluiting van een pand verduidelijkt en zijn enkele tekstuele wijzingen door gevoerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel