Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Nuloptiebeleid coffeeshops (lokalen) / Handhavingsmatrixen (overige) lokalen

Onderdeel van Beleidsregel Bestuurlijke handhaving artikel 13b Opiumwet, inclusief nuloptiebeleid coffeeshops, gemeente West Betuwe

5.1 Nuloptiebeleid coffeeshops (lokalen) Een coffeeshop is een lokaal of alcoholvrije inrichting waarin onder bepaalde voorwaarden (de zogenaamde gedoogcriteria, vastgesteld door het College van Procureurs-Generaal) de verkoop van softdrugs wordt gedoogd. Het niet naleven van deze voorwaarden kan leiden tot vervolging wegens softdrugshandel én bestuursrechtelijke maatregelen op grond van de Opiumwet. Verder kan de burgemeester op grond van de Opiumwet bestuursrechtelijk optreden tegen overtredingen van het gemeentelijke coffeeshopbeleid. Met de formele vaststelling van deze Beleidsregel kunnen zich in de gemeente West Betuwe geen coffeeshops vestigen. Het nuloptiebeleid voor coffeeshops sluit aan bij het beleid dat door de burgemeesters van de voormalige gemeenten Geldermalsen, Lingewaal en Neerijnen gevoerd werd en bij het preventief alcohol- en drugsbeleid van de gemeente West Betuwe. Dit nuloptiebeleid geeft de burgemeester een sterkere positie bij de handhaving van ‘illegale’ coffeeshops en bij de weigering van een aangevraagde vergunning. Dit blijkt duidelijk uit de standaarduitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State3Afdeling 22 mei 1997, ECLI:NL:RVS:1997:ZF2722; AB 1997/299; strafrechtelijke handhaving bij nul-optie-beleid: Hoge Raad(strafkamer) 7 november 2000, NJ 2000-738; ECLI:NL:HR:2000:AA8200. 5.1.1 Doel nuloptiebeleid Met dit nuloptiebeleid kan de burgemeester optreden tegen de vestiging van een coffeeshop. Het doel van het voeren van een nuloptiebeleid is het behouden van de veiligheid. Een van de thema’s, zowel regionaal als lokaal, is de aanpak van georganiseerde criminaliteit en ondermijning. Veelal is ondermijning en georganiseerde criminaliteit verbonden aan de drugsproductie en –verkoop. De gemeente wil een prettig en veilig woon- en leefklimaat creëren en een ongewenste aanzuigende werking op personen van buiten de gemeente voorkomen. De vestiging van een coffeeshop kan ongewenste effecten hebben op het woon- en leefklimaat. Het veiligheidsgevoel van inwoners kan hierdoor worden aangetast. Uitgangspunt van het nuloptiebeleid is te voorkomen dat de veiligheid, openbare orde, het woon- en leefklimaat en/of de gezondheid van de inwoners van de gemeente nadelig wordt beïnvloed als direct of indirect gevolg van de vestiging van een coffeeshop. 5.1.2 Juridisch kader Artikel 13b Opiumwet biedt de burgemeester de mogelijkheid om beleid te ontwikkelen op het gebied van coffeeshops. Daarnaast staat in de ‘Aanwijzing Opiumwet’ (Openbaar Ministerie, 2015) onderdeel ‘Pre-opsporing’ paragraaf 1. Gedoogbeleid coffeeshops dat: in de lokale driehoek kan worden afgesproken dat in een gemeente in het geheel geen coffeeshops worden gedoogd, de zogenaamde nuloptie. Afstemming over lokaal maatwerk vindt plaats in de lokale driehoek. Deze afstemming over het nuloptiebeleid heeft plaatsgevonden in de Gezagsdriehoek De Waarden van 17 juni 2021. De burgemeester van West Betuwe heeft ervoor gekozen om gebruik te maken van deze mogelijkheid om een zogenaamd nuloptiebeleid ten aanzien van coffeeshops te voeren. Dit heeft tot gevolg dat er in de gemeente tegen de vestiging van (illegale) coffeeshops handhavend wordt opgetreden. Dit is gerechtvaardigd en blijkt, zoals eerder vermeld, uit onder meer de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State naar aanleiding van de sluiting van een coffeeshop door de burgemeester van Naaldwijk wegens strijd met het nuloptiebeleid. In deze uitspraak overweegt de Afdeling dat aan de burgemeester in beginsel de vrijheid toekomt om ter bescherming van het woon- en leefklimaat dan wel de openbare orde geen enkele coffeeshop toe te staan. Het nuloptiebeleid is voor een belangrijk deel lokaal beleid. Behalve een goede afstemming tussen gemeente, Openbaar Ministerie en de politie is het ook van belang dat er rekening gehouden wordt met het beleid van de omliggende gemeenten in het werkgebied van basisteam De Waarden. De omliggende gemeenten Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel en Zaltbommel hebben geen bezwaren tegen het voeren van dit beleid. Goede afspraken met de buurgemeenten leiden tot een evenwichtige regionale spreiding van coffeeshops. Er zijn coffeeshops in de nabij gelegen steden Culemborg, Gorinchem, Leerdam en Tiel. 5.1.3 Overwegingen Het werkgebied van Politie basisteam De Waarden bestaat uit stedelijke gemeenten (Culemborg en Tiel) en landelijke gemeenten (Buren, Maasdriel, Neder-Betuwe, West Betuwe en Zaltbommel). Het is een gebied met ongeveer 225.000 inwoners. West Betuwe is een overwegend landelijk gebied met een groot aantal kleine(re) kernen. Gelet op het landelijke karakter en het aanbod van coffeeshops in de directe omgeving, is het vestigen van een coffeeshop niet passend bij de gemeente. Coffeeshops worden steeds meer geconcentreerd in stedelijke gebieden. De inschatting is dat er weinig maatschappelijk draagvlak voor een coffeeshop is. Eind 2018 hadden 266 (70%) van de 380 gemeenten een nuloptiebeleid, in deze gemeenten worden geen coffeeshops gedoogd4Coffeeshops in Nederland 2018 – Aantallen coffeeshops en gemeentelijk beleid 1999-2018 – Breuer Intraval Onderzoek & Advies, 2019. Door het voeren van een nuloptiebeleid wordt voorkomen dat jongeren direct de gelegenheid wordt geboden in aanraking te komen met softdrugs. Jongeren zijn een kwetsbare groep waarvan de gevolgen van alcohol- en drugsgebruik verstrekkende gevolgen kunnen hebben op zowel de (geestelijke) gezondheid als op het sociale leven. Het nuloptiebeleid beoogt een drempel op te werpen, zodat jongeren niet direct de gelegenheid wordt geboden om met drugs in aanraking te komen. 5.1.4 Conclusie Een coffeeshop (lokaal) wordt niet passend geacht binnen de gemeentegrenzen gezien het landelijke karakter van de gemeente en de grootte van de kernen. De burgemeester heeft daarom gekozen om een zogenaamd nuloptiebeleid ten aanzien van coffeeshops te voeren. Het toelaten van coffeeshops is in strijd met de lijn die de gemeente volgt om het middelengebruik bij jongeren te verminderen en de bewustwording over de schade die middelengebruik met zich meebrengt te vergroten. Daarnaast zijn er in de omliggende gemeenten meer dan voldoende coffeeshops te bereiken om in de behoeften te voorzien en is er weinig tot geen maatschappelijk draagvlak voor een coffeeshop. De burgemeester verleent derhalve geen gedoogbeschikkingen en exploitatievergunningen voor coffeeshops. 5.2 Handhavingsmatrix (Overige) lokalen Het gaat bij (overige) lokalen om: de voor het publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven. Deze worden onderverdeeld in: de vergunningplichtige lokalen, zoals o.a. cafés, restaurants, cafetaria’s; de nietvergunning plichtige lokalen, zoals o.a. winkels, kapsalons, nagelstudio’s, bel- en internetwinkels. de niet voor het publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven, zoals loodsen, magazijnen en andere (bedrijfs-)ruimten. Grow- en smartshops vallen ook onder de voor het publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven. Sinds 1 maart 2015 zijn alle handelingen die de (grootschalige) illegale hennepteelt voorbereiden of vergemakkelijken strafbaar. Growshops die alleen leveren aan de kleine thuiskweker blijven legaal. Een smartshop is een winkel, waar in het algemeen smartdrugs en andere psychoactieve substanties worden verkocht en accessoires voor het gebruiken van dit soort middelen. Bij de bepaling van de op te leggen maatregelen, zoals opgenomen in onderstaande handhavingsmatrix, is een onderscheid gemaakt tussen hennepkwekerijen, de handel in soft- en/of harddrugs of de aanwezigheid van een handelsvoorraad drugs en de voorbereidingen voor productie van drugs. De belangenafweging ten aanzien van de duur van de maatregel is anders bij een grote hennepkwekerij. Gelet op het feit dat een grote kwekerij alleen al door omvang meer bekend is in het criminele circuit en daar wordt geweld niet geschuwd. Dat levert meer risico’s op voor derden. Volgens de jurisprudentie geldt het adagium: hoe groter de kwekerij, hoe groter de impact op de omgeving. Daardoor is dan een lange sluitingsduur nodig om de relatie met het criminele milieu en drugshandel te verbreken.5Zie uitspraak van de ABRvS ECLI:NL:RVS:2018:853 In de handhavingsmatrix worden de grenzen van 200 en 500 planten gehanteerd. De grens van 200 planten is te relateren aan artikel 1 lid 2 van het Opiumwetbesluit. Daarin is bepaald dat bij 200 planten en meer sprake is van grootschaligheid. De grens van 500 planten en meer is gerelateerd aan de Richtlijn voor strafvordering Opiumwet. Hierin staat dat vanaf het aantal van 500 planten aanleiding is om een gevangenisstraf te vorderen. Bij een kleiner aantal planten wordt een taakstraf geëist. Met betrekking tot de productiemiddelen/voorbereidingshandelingen, bedoeld in lid 1 sub b van de Opiumwet ten aanzien van softdrugs, wordt in de matrix geen vaste termijn gehanteerd, omdat er een te grote variatie in feitelijke situaties denkbaar is. Is er sprake van een volledig ingerichte, maar nog niet in gebruik genomen hennepplantage, dan wordt gekozen voor de sluitingstermijn die hoort bij het in werking hebben van een plantage van deze omvang. In de situatie dat er weliswaar productiemiddelen voor softdrugs aanwezig zijn, maar niet duidelijk is om welke omvang het gaat, wordt aan de hand van de omstandigheden, zoals die blijken uit de politierapportage, gekozen voor een aangepaste sluitingstermijn. Indien er sprake is van een bedrijfsmatige growshop, oftewel bedrijfsmatige (groot)handel in productiemiddelen, is een lange maatregel op zijn plaats, gezien de rol die growshops hebben in de facilitering van grootschalige, bedrijfsmatige hennepteelt. Bij de productie van en aanwezigheid van productiemiddelen voor synthetische drugs is er geen aanleiding om in de duur van de maatregel te differentiëren naar omvang, nu er altijd sprake is van georganiseerde criminaliteit met grote verwevenheid met andere drugsmarkten en grote flexibiliteit.6Onderzoeksreeks Politieacademie “Waar een klein land groot in kan zijn”, Pieter Tops e.a. 2018 Naast handhaving op grond van artikel 13b van de Opiumwet, wordt ten aanzien van vergunningplichtige inrichtingen tegen overtredingen in of vanuit een overig lokaal opgetreden worden op grond van de desbetreffende regelgeving, zoals de Alcoholwet en de Apv West Betuwe. Dit is niet in deze Beleidsregel opgenomen. Voor de niet vergunningplichtige lokalen geldt dat overtredingen alleen op grond van artikel 13b van de Opiumwet worden gehandhaafd, omdat in beginsel geen andere wettelijke regelingen van toepassing zijn op grond waarvan handhavend opgetreden kan worden. De handhavingsmatrix voor (overige) lokalen ziet er als volgt uit: Constatering/ Overtreding Bestuursrechtelijke actie Het verkopen, afleveren of verstrekken dan wel daartoe aanwezig hebben van soft- en/of harddrugs in of vanuit een overig lokaal, anders dan een hennepkwekerij 1e constatering: sluiting voor periode van één jaar. 2e constatering: sluiting voor onbepaalde tijd. Het verkopen, afleveren of verstrekken dan wel daartoe aanwezig hebben van soft- en/of harddrugs in of vanuit een coffeeshop Nuloptiebeleid: Sluiting voor onbepaalde tijd. Het voorhanden zijn van productiemiddelen voor harddrugs, zoals bedoeld in artikel 10a, lid 1 sub 3 Opiumwet 1e constatering: sluiting voor periode van één jaar. 2e constatering: sluiting voor onbepaalde tijd. Het aantreffen van een hennepkwekerij met 200 of minder dan 200 planten 1e constatering: sluiting voor een periode van drie maanden. 2e constatering: sluiting voor periode van één jaar. Het aantreffen van een hennepkwekerij met meer dan 200, maar met 500 of minder planten 1e constatering: sluiting voor een periode van 6 maanden. 2e constatering7 Voor de tweede constatering is de omvang van de hennepkwekerij niet meer relevant: sluiting voor periode van één jaar. Het aantreffen van een hennepkwekerij met meer dan 500 planten 1e constatering: sluiting voor een periode van één jaar. 2e constatering: sluiting voor onbepaalde tijd. Het voorhanden zijn van productiemiddelen voor softdrugs, zoals bedoeld in artikel 11a Opiumwet De sluitingstermijn varieert tussen drie maanden en één jaar. Afhankelijk van: - gevaarzetting; - gebruik van chemische stoffen; - de hoeveelheden drugs en/of productiemiddelen die aangetroffen zijn; - het aantal ruimten dat wordt gebruikt; - de bedrijfsmatigheid; - de periode van overtreding. Het voorhanden zijn van productiemiddelen voor softdrugs, zoals bedoeld in artikel 11a Opiumwet, in het kader van bedrijfsmatige handel in deze stoffen of voorwerpen (growshop) 1e constatering: sluiting voor periode van één jaar. 2e constatering: sluiting voor onbepaalde tijd. Als zich meerdere overtredingen voordoen, kan het aantal maanden van de verschillende overtredingen bij elkaar worden opgeteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel