Uitvoering van retailbeleid krijgt vorm middels praktische en juridische instrumenten. Eerst gaan we in op de praktische instrumenten en vervolgens wordt ingegaan op de juridische instrumenten die het mogelijk maken om de visie uit te voeren.
ONGEWENSTE DETAILHANDELSBESTEMMINGEN TERUGDRINGEN
In enkele gevallen is het nodig om (verborgen) plancapaciteit op plekken waar geen detailhandel gewenst is terug te dringen. Dit zal gedaan moeten worden door de detailhandelsbestemming te wijzigen naar niet-detailhandelsfuncties. Als deze plekken nu niet in gebruik zijn als detailhandel, kan de bestemming zonder risico op planschade worden gewijzigd, als hier een redelijke termijn aan wordt gekoppeld (voorzienbaarheid creëren). Mogelijke instrumenten zijn:
Uitsterfconstructie waarbij na bijvoorbeeld meer dan twee jaar leegstand de detailhandelsbestemming verdwijnt.
Bestemming wijzigen naar niet-detailhandel op een locatie waar geen sprake is van voort te zetten gebruik of er feitelijk nooit detailhandel in heeft gezeten (in afgelopen 10 jaar). Dit noemen we wegbestemmen van onbenutte plancapaciteit of restcapaciteit.
Op het moment dat de kans zich voordoet worden solitaire winkels verleid te bewegen om te verplaatsen naar de winkelstructuur.
DE DIENSTENRICHTLIJN
Sinds 30 januari 2018 is bekend dat de Europese Dienstenrichtlijn van toepassing is op detailhandel. In de praktijk mag in een bestemmingsplan in beginsel geen geografische beperking worden opgelegd, tenzij aan specifieke eisen wordt voldaan. Geografische beperkingen zijn brancheringsregels of eisen ten aanzien van het aantal en/of de minimale of maximale unitgrootte van winkels.
Concreet gevolg van de Dienstenrichtlijn is het omkeren van de bewijslast. Voorheen konden gemeenten verwijzen naar bestemmingsplanregels om een (ongewenst) initiatief van een initiatiefnemer te weigeren. Als gevolg van de Dienstenrichtlijn moeten (decentrale) overheden hun eigen regelgeving die betrekking heeft op detailhandel en andere retailfuncties die als dienst worden aangemerkt toetsen aan de Dienstenrichtlijn. Het is dus aan de gemeente om te onderbouwen dat de maatregel (bestemmingsregeling) nodig is omwille van een dwingende reden van algemeen belang, dat de maatregel geschikt is om dat doel te bereiken en dat het doel niet met andere minder vergaande maatregelen bereikt kan worden. Zie voor een nadere uitleg hoofdstuk 4 paragraaf 4.1.
Hoofdstuk › Paragraaf 2
Artikel 2.2
PRAKTISCHE EN JURIDISCHE INSTRUMENTEN
Onderdeel van Detailhandelsnota 2020-2025