Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 4

Artikel 4.1

BELEIDSKADERS

Onderdeel van Detailhandelsnota 2020-2025

EUROPEES BELEID: DE DIENSTENRICHTLIJN Het Europese Hof van Justitie heeft in januari 2018 geoordeeld dat detailhandel als een dienst moeten worden beschouwd, waarop de Dienstenrichtlijn van toepassing is. Volgens het Hof is de Dienstenrichtlijn er niet op gericht om de vestigingslocatie van een dienst – en dus ook een winkel – afhankelijk te stellen van een geografische beperking. Dat de Dienstenrichtlijn van toepassing is op detailhandel is nieuw, maar de regels gelden ook ten aanzien van andere vormen van retail. Simpel gezegd is dat daar waar in een bestemmingsplan gronden zijn bestemd voor detailhandel, er in beginsel geen nadere eisen en beperkingen mogen worden gesteld ten aanzien van branchering, (winkel)omvang en aantal verkooppunten. De Dienstenrichtlijn sluit bovengenoemde beperkingen niet op voorhand volledig uit. Conform artikel 15 lid 3 zijn deze beperkingen nog steeds mogelijk, mits wordt voldaan aan de eisen inzake: Non-discriminatie. Eisen die geen direct of indirect onderscheid maken naar nationaliteit of, voor vennootschappen, de plaats van de statutaire zetel. Noodzakelijkheid. De door centrale overheden gestelde eisen aan dienstverleners zijn gerechtvaardigd vanwege een dwingende reden van algemeen belang. Evenredigheid. De door overheden gestelde beperking is geschikt om het nagestreefde doel – de dwingende reden van algemeen belang – te bereiken en gaat niet verder dan strikt genomen noodzakelijk is. Concreet gevolg van de Dienstenrichtlijn is het omkeren van de bewijslast. Voorheen konden gemeenten verwijzen naar bestemmingsplanregels om een (ongewenst) initiatief van een initiatiefnemer te weigeren. Als gevolg van de Dienstenrichtlijn moeten (decentrale) overheden hun eigen regelgeving die betrekking heeft op detailhandel en andere retailfuncties die als dienst worden aangemerkt toetsen aan de Dienstenrichtlijn. Het is dus aan de gemeente om te onderbouwen dat de maatregel (bestemmingsregeling) nodig is omwille van een dwingende reden van algemeen belang, dat de maatregel geschikt is om dat doel te bereiken en dat het doel niet met andere, minder vergaande maatregelen bereikt kan worden. Zie ook de Handreiking Dienstenrichtlijn opgesteld door Bureau Stedelijke Planning in samenwerking met Rho adviseurs en Locatus. In deze handreiking is ook een stappenplan opgenomen waarin de risico’s in vigerende bestemmingsplannen kunnen worden geïnventariseerd en kunnen worden weggenomen. RIJKSBELEID Ladder voor duurzame verstedelijking. Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dienen overheden nieuwe stedelijke ontwikkelingen standaard te motiveren. Per 1 juli 2017 zijn de drie treden van de Ladder losgelaten en geldt dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied is een motivering vereist waarom niet binnen het stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Uit de jurisprudentie weten we dat een nieuwvestiging of uitbreiding van retailmeters groter dan 500 m² bvo aan de Ladder voor duurzame verstedelijking moet worden gemotiveerd. Retailagenda. De Retail agenda is in 2015 gestart op initiatief van het ministerie van Economische zaken en betrokken organisaties en marktpartijen die streven naar een gezonde en toekomstige retailsector. Aanleiding voor de Retailagenda zijn de grote structurele veranderingen in de retail die de afgelopen jaren sterk zichtbaar werden met vele faillissementen en leegstand als gevolg3 https://retailland.nl/retailagenda/. De belangrijkste thema’s waar nu op gefocust wordt zijn: Gemeentelijke afstemming Lokale transformatie Samen investeren Human Capital Agenda Kenniscreatie en innovatie De Europese Dienstenrichtlijn Vooral in de Buitenstad gelden allerlei beperkingen ten aanzien van branchering. Aantallen winkels, minimale en maximale maat van de winkels. Tot voor kort konden deze beperkingen worden opgelegd binnen de bestemming detailhandel met een verwijzing naar het beschermen van vitaliteit van binnensteden en centra. De tussenuitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 20 juni 2018 inzake branchebeperking voor het Woonplein in Appingedam werpt een ander licht op de zaak. De Afdeling stelt dat de Europese Dienstenrichtlijn van toepassing is. Brancheringsregels worden hierin niet onmogelijk gemaakt, maar het moet wel noodzakelijk zijn en op een evenredige manier gebeuren. De casus Appingedam – het van toepassing zijn van de Dienstenrichtlijn – heeft gezorgd voor een andere manier van a) detailhandelsonderzoek en onderbouwingen, b) het maken van detailhandelsbeleid en c) het borgen hiervan in bestemmingsplannen. Bureau Stedelijke Planning heeft in samenwerking met Rho adviseurs en Locatus de “Nadere motivering branchebeperking bestemmingsplan Stad Appingedam” (december 2018) verzorgd. In de uitspraak van 24 juli 2019 in deze zaak oordeelt de Afdeling Bestuursrechtspraak dat de gemeente met dat onderzoek aannemelijk heeft gemaakt dat de brancheringsregels effectief zijn voor de situatie in Appingedam, en niet verder gaan dan nodig is om te voorkomen dat het stadscentrum minder leefbaar wordt door toenemende leegstand. In oktober 2019 is door de genoemde bureaus een leidraad opgesteld: “Omgaan met de Dienstenrichtlijn in ruimtelijk detailhandelsbeleid” (i.o.v. de Retailagenda en Detailhandel Nederland, met bijdrage van de Stichting Detailhandelsfonds). In deze leidraad wordt aangegeven wanneer een bestemmingsplan in strijd is met de Dienstenrichtlijn en hoe gemeenten kunnen omgaan met de geconstateerde risico’s. Bron: Bureau Stedelijke Planning, Rho adviseurs en Locatus PROVINCIAAL BELEID ZUID-HOLLAND Het beleid vanuit de provincie wordt gevormd door de Visie Ruimte en Mobiliteit, de Verordening Ruimte en het Programma Ruimte enerzijds, en de Adviescommissie Detailhandel anderzijds. De provincie streeft naar levendige, qua functies gemengde stads- en dorpsgebieden met een aantal krachtige en kwalitatief onderscheidende centra. Het provinciale detailhandelsbeleid is gericht op een gezonde detailhandelsstructuur, waarbij leegstand, afname van de ruimtelijke kwaliteit en aantasting woon- en leefklimaat worden voorkomen. De kern van het provinciaal detailhandelsbeleid ligt in de concentratie en clustering van detailhandel in de centra van steden, dorpen en wijken. Voor alle winkelgebieden, zowel regulier als perifeer, geldt dat kwalitatieve versterking een doorlopende opgave is. Een optimaal functionerende detailhandelsstructuur draagt immers bij aan krachtige, levendige en aantrekkelijke steden en dorpen en aan de leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit in het stedelijk gebied. In de dagelijkse sector is er een tendens naar schaalvergroting van supermarkten. Via lokaal maatwerk wordt daarom de mogelijkheid geboden voor vestiging of uitbreiding van een supermarkt. Er moet dan worden aangetoond dat die hier niet in of aansluitend aan gerealiseerd kan worden en dat de leefbaarheid in het geding kan komen als er geen locatie net buiten het winkelconcentratiegebied beschikbaar komt. De omvang van de supermarkt dient in overeenstemming te zijn met de lokale verzorgingsfunctie en er mogen geen (blijvende) negatieve effecten optreden op de bestaande detailhandelsstructuur. REGIONAAL BELEID De gemeente Zuidplas valt binnen de regio Midden-Holland. In 2013 is er voor deze regio een structuurvisie detailhandel geschreven. Op dit moment wordt een nieuwe regionale visie opgesteld (moet nog vastgesteld worden). Het hoofddoel van de regionale structuurvisie detailhandel is kwalitatieve versterking van de bestaande winkelstructuur door dynamiek (schaalvergroting winkels) te bieden in compacte centrumgebieden, waarbinnen lokale kwaliteiten kunnen worden benut. Daarnaast stelt de visie ook als uitgangspunt dat verspreide bewinkeling die niet bijdraagt aan de detailhandelsstructuur organische transitie ondergaat (reductie winkelvloeroppervlak. Om deze structuur te behouden worden volgende punten nagestreefd: Versterking van het recreatieve winkelhart van de regio: Gouda-centrum; Behoud van een zo gevarieerd mogelijk dagelijks en niet-dagelijks winkelaanbod in grotere dorpscentra; Behoud dagelijkse winkelvoorzieningen in kleinere dorpen (nabijheid en gemak), passend bij het aanwezige draagvlak; Concentratie grootschalige winkels in woninginrichting op één locatie: Goudse Poort; Behoud van spreiding bouwmarkten en tuincentra en hierbij streven naar een optimum tussen voldoende schaalgrootte en een locatie nabij de consument; Geleidelijke afname van overige verspreide winkellocaties. Ontwikkelingen op gemeentelijk niveau binnen de regio die groter zijn dan 1.000 m2 bvo en niet passen binnen een vigerend bestemmingplan moeten voor een toets worden voorgelegd aan de commissie winkelplanning. Het advies dat hieruit voortkomt is niet bindend. FIGUUR 8 STROOMSCHEMA NIEUWE ONTWIKKELINGEN REGIONALE STRUCTUURVISIE Bron: Regionale structuurvisie Detailhandel Midden-Holland 2013 GEMEENTELIJK DETAILHANDELSBELEID De gemeente Zuidplas heeft in 2017 een detailhandelsnota opgesteld4 Detailhandelsnota 2017-2020, gemeente Zuidplas. Dit detailhandelsbeleid gaat uit van zes zogenoemde centrumgebieden: de centra van de dorpen Zevenhuizen, Moerkapelle en Moordrecht, winkelcentra de Reigerhof en Dorrestein en Het Oude Dorp in Nieuwerkerk aan den IJssel. De gemeente zet expliciet in op deze zes centrumgebieden en toekomstige detailhandelsontwikkelingen voornamelijk hier stimuleren en heeft hiervoor 12 beleidsuitgangspunten opgesteld, om dit voor elkaar te krijgen. De voorliggende detailhandelsnota is een vernieuwing van dit gemeentelijke detailhandelsbeleid. Naast de detailhandelsnota uit 2017 is in april 2021 de Economische Agenda voor Zuidplas opgesteld. Deze visie geeft verschillende actiepunten voor de gemeente uit, waar detailhandel deel van uitmaakt. Voor detailhandel geldt: Denk na over toevoegen van niet-winkelfuncties om winkelgebieden vitaal te houden. Zorg voor actieve promotie en evenementen op schaal van dorpen in Zuidplas in onderlinge samenhang en samenwerking Zorg voor een upgrade en structureel onderhoud van openbare ruimte. Bovenstaande punten worden samengevat in het volgende actiepunt: Maak werk van winkelstraatmanagement, samenhangend voor heel Zuidplas gericht op promotie, samenhangende activiteiten, leegstandsbestrijding, kwaliteit van openbare ruimte etc.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel