De burgemeester acht een hond gevaarlijk, in de zin van artikel 2:64 (APV), als de hond een persoon of een ander dier bijt en daarbij sprake is van ernstig letsel of ernstige gevolgen. Afhankelijk van de ernst van het incident kan worden overgegaan tot inbeslagname van de hond, of kan worden besloten tot het opleggen van een muilkorf- en of aanlijngebod.
Bij vrees voor het ontstaan van een (zeer) ernstig bijtincident kan de burgemeester besluiten tot aanwijzing van de hond als gevaarlijk in de zin van artikel 2:64 (APV).
De burgemeester acht een hond ook gevaarlijk, in de zin van artikel 2:64 (APV), als op grond van een rapportage van de politie, toezichthouders van de gemeente Son en Breugel of door de buitengewoon opsporingsambtenaar van de gemeente Son en Breugel blijkt dat deze hond binnen twee jaar een tweede bijtincident heeft veroorzaakt. Als aantoonbaar sprake is van recidive zal een muilkorf- en of aanlijngebod worden opgelegd, ongeacht de ernst van de incidenten.