Als de houder of eigenaar van een hond, welke op grond van artikel 3 van dit protocol door de burgemeester is aangemerkt als gevaarlijk, in strijd met de bepalingen in artikel 2:64 (APV) handelt én vervolgens de hond een nieuw bijtincident veroorzaakt waarbij sprake is van (ernstig) letsel of (ernstige) gevolgen, wordt de eigenaar of houder gevraagd om vrijwillig afstand te doen van zijn hond.
De burgemeester kan besluiten tot onvrijwillige inbeslagname van een hond op grond van artikel 5:31, tweede lid, van de Awb:
als de in het eerste lid genoemde situatie zich heeft voorgedaan en de houder hierop niet vrijwillig afstand doet van de hond en de burgemeester vreest dat de kans op bijtrecidive aanwezig is of;
bij (zeer ernstige vrees voor het ontstaan van) een zeer ernstig bijtincident.
Bij het in het tweede lid, onder a en b, omschreven onvrijwillig in beslag nemen van de hond kan in opdracht van de eigenaar of houder een risico-assessment worden afgenomen, conform wat is bepaald onder artikel 5 van dit protocol.
Wanneer uit het uitgevoerde risico-assessment, als bedoeld in het derde lid, blijkt dat de hond niet kan worden terug geplaatst, resocialiseerbaar, elders herplaatsbaar, of anderszins het risico op bijtincidenten kan worden voorkomen, wordt door de burgemeester besloten deze hond te laten euthanaseren. Euthanaseren wordt uitsluitend gedaan door een daartoe bevoegde dierenarts.
De in dit protocol aangegeven kosten van vervoer, verblijf, de testen en eventueel de kosten voor het laten uitvoeren van euthanasie komen volledig voor rekening van de houder of eigenaar van de hond.
Artikel 6
Afstand doen of inbeslagname
Onderdeel van Protocol bijtincidenten honden Gemeente Son en Breugel