Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.2

De Beleidsregels

Onderdeel van Beleid antenne installaties zendamateurs gemeente Enschede 2013

1.. de antenne-installatie moet nodig zijn voor de uitoefening van het in artikel 10 van het EVRM gewaarborgde recht. Een antenne-installatie wordt gebruikt voor zenden of ontvangen van radiosignalen en is noodzakelijk voor de vrijheid van meningsuiting genoemd in artikel 10 EVRM. 2.. per woning of perceel mag slechts één antenne-installatie worden gerealiseerd. Het is toegestaan om aan één antennedrager meerdere antennes te hangen. Om te voorkomen dat er op percelen of aan de woning van de zendamateur meerdere antenne-installaties worden geplaatst waardoor derden onevenredig in hun belangen worden geschaad, is slechts 1 antenne-installatie per perceel of woning mogelijk. Één antenne-installatie is voldoende voor het uitoefenen van het recht op vrijheid van meningsuiting. Het is mogelijk om meerdere antennes per antennedrager te plaatsen: dit maakt experimenteren met verschillende antennes mogelijk. 3.. de aanvrager van een antenne-installatie krijgt alleen een vergunning als hij/zij beschikt over een Radio Amateur Station Licence. Om zendpiraterij en het te lichtzinnig aanvragen van antenne-installaties te voorkomen worden eisen gesteld aan degene die een aanvraag voor het oprichten van een antenne-installatie indient. Beleidsregel 3 geldt niet voor luisteramateurs die lid zijn van de VERON of VRZA en daar bekend staan als luisteraar naar amateurbanden. Voor de overige regels geldt een gebiedsgericht beleid gebaseerd op de woonmilieukaart. Woonmilieukaart Toelichting op woonmilieus De indeling in woonmilieus is onder andere gebaseerd op de “korrelgrootte” die in de gebieden voorkomt. De korrelgrootte zegt iets over de verhouding bebouwd/onbebouwd in een gebied: een grotere korrel betekent meestal een ruimere opzet (minder bebouwing, meer (openbaar) groen). Gebieden met een grotere korrel lenen zich beter voor plaatsing van antenne-installaties dan gebieden met een kleinere korrel. Deze woonmilieukaart is voor het antennebeleid voor zendamateurs uitgewerkt in een driekleurenkaart: groen, oranje en rood. De woonmilieus “villa’s in het groen”, “bedrijfsmilieus” en “landelijke milieus” zijn aangegeven met een groene kleur. Met de kleur oranje zijn de woonmilieus “groene woonwijken” en “dorps milieu” aangegeven. De rode kleur omvat de woonmilieus “centrum stedelijk”, “stedelijk compact”, “stedelijke villa’s “, “suburbaan wonen” en “wijkcentrum wonen”. Hieronder de uitwerking van de woonmilieukaart naar een driekleurenkaart: Uitwerking van de woonmilieukaart in een driekleurenkaart 4.. in de woonmilieus “villa’s in het groen”, “bedrijfsmilieus” en “landelijke milieus”(groene gebieden op de uitwerking van de woonmilieukaart) zijn vrijstaande antenne-installaties met een hoogte van maximaal 15 meter toegestaan. De hoogte wordt gerekend vanaf het maaiveld tot aan de top van de hoogste antenne. In deze woonmilieus zijn antenne-installaties bevestigd aan de gevel of het dak van de woning mogelijk, als de totale hoogte daarvan maximaal 15 meter is. De hoogte wordt gerekend vanaf het maaiveld tot aan de top van de antenne. In het gebiedstype “bedrijfsmilieus”(voorbeeld: het havengebied) vinden wij antenne-installaties minder storend dan in woonwijken: de antenne-installatie past beter tussen allerlei bedrijven dan tussen woningen. Bewoners van woningen in het gebiedstype “bedrijfsmilieu” kunnen een lagere woonkwaliteit verwachten dan bewoners van een woonwijk. Binnen het gebiedstype “bedrijfsmilieu” is de omgeving immers vaak al ”vervuild” met reclame , andere hoge masten etc. Daarom zijn hier vrijstaande ( en aan de gevel van een woning bevestigde) antenne-installaties met een maximale hoogte van 15 meter toegestaan. Vrijstaande antenne-installatie op bedrijventerrein Bij de woonmilieus “villas in het groen” (voorbeeld: het Brunink) en “landelijk milieu” (voorbeeld: een groot deel van het buitengebied) is sprake van lage woning- dichtheden en relatief grote kavels: de bebouwingsdichtheid is er relatief laag. Er is voldoende open ruimte tussen en rondom de woningen. De korrelgrootte is hierdoor voldoende groot om vrijstaande (of aan de gevel van de woning bevestigde) antenne-installaties te kunnen toestaan. Alhoewel antenne-installaties in woonwijken nergens fraai zijn , vinden we dit in deze gebiedstypen acceptabel. Er is hier immers ruim zicht op groen en open ruimte, zodat er voldoende “kijkrichtingen” overblijven waar de antenne-installaties niet in het zicht van omwonenden staan. Een totale hoogte van 15 meter vinden wij acceptabel (en is meestal voldoende voor een goed bereik): de antenne steekt dan meestal een aantal meters boven omliggende obstakels (bijvoorbeeld daken) uit. Een antenne-installatie hoger dan 15 meter vinden wij niet passend in een woonwijk. Hoge antenne-installaties hebben een sterk negatieve invloed op de belevingswaarde van de omwonenden. In een stedelijke omgeving moeten bewoners het hebben van het groen en de lucht in de nabije omgeving om een goed woon- en leefklimaat te ervaren.Dergelijke hoge antenne-installaties passen daar niet bij. 5.. binnen de woonmilieus “groene woonwijken” en “dorps milieu” (oranje gebieden op de uitwerking van de woonmilieukaart) worden vrijstaande antenne-installaties met een hoogte van maximaal 15 meter mogelijk gemaakt. De hoogte wordt gerekend vanaf het maaiveld tot aan de top van de hoogste antenne. Plaatsing is hier alleen mogelijk op woonpercelen die aan 2 of meer zijden grenzen aan de openbare ruimte, uitsluitend op een afstand van maximaal 2 meter van de achter- of zijgevel van de woning en op een afstand van minimaal 5 meter uit de erfgrens (met de buren). In deze woonmilieus zijn ook antenne-installaties bevestigd aan de gevel of het dak van deze hoekwoningen mogelijk. De totale hoogte daarvan is maximaal 15 meter (gerekend vanaf maaiveld tot aan de top van de antenne). Deze regel gaat in op de plaatsing van (vrijstaande) antenne-installatie in woonmilieus “groene woonwijken”(voorbeeld: het gebied rond Universiteit Twente) en “dorps milieu” (voorbeeld: Lonneker). Deze woonmilieus hebben een korrelgrootte kleiner dan de woonmilieus “villa’s in het groen”, “bedrijfsmilieus” en “landelijke milieus”, maar groter dan bijvoorbeeld ”stedelijk compact”of ”suburbaan wonen”. Vooral de hoekkavels in de woonmilieus “groene woonwijken” en “dorps milieu” hebben veel open ruimte rondom de woning: de tussenliggende woningen hebben veel minder open ruimte. Daarom worden (vrijstaande) antenne-installaties hier alleen in hoeksituaties toegestaan. Om de overlast voor omwonenden verder te beperken moeten de installaties binnen twee meter van de gevel van de (hoek)woning geplaatst worden en op minimaal 5 meter uit de erfgrens met de buren. Door deze extra regels op te nemen voor plaatsing van de antenne-installatie (namelijk dicht bij de woning), zal de overlast voor omwonenden beperkt blijven. Omdat schuren en bergingen overal op het perceel mogen worden neergezet, is het plaatsen van een antenne-installatie binnen 2 meter van berging of schuur niet toegestaan: in dat geval kunnen namelijk situaties ontstaan die onevenredig bezwarend zijn voor omwonenden. 6.. in de overige woonmilieus (“centrum stedelijk”, “stedelijk compact”, “stedelijke villa’s “, “suburbaan wonen” en “wijkcentrum wonen”) (rode gebieden op de uitwerking van de woonmilieukaart) worden (vrijstaande) antenne-installaties niet mogelijk gemaakt (tenzij vergunningvrij). Bij de overige woonmilieus (“centrum stedelijk”, “stedelijk compact”, “stedelijke villa’s”, “suburbaan wonen” en “wijkcentrum wonen”) is sprake van relatief hoge woningdichtheden, kleine tuinen en weinig (openbaar) groen rond en tussen de woningen. De relatief kleine woningen maken dat de tuinen belangrijk zijn in de belevingswaarde van de bewoners. De woningen staan hier veelal dicht op elkaar en de oppervlakte van tuinen en omliggend groen is klein. De bewoners van deze gebieden halen hun woongenot vooral uit het (zicht op het) aanwezige groen en de omliggende lucht. De korrelgrootte is hier meestal klein. Hoge, beeldbepalende, antenne-installaties ontnemen de omwonenden al gauw het zicht op groen en lucht (“horizonvervuiling”): ze beïnvloeden de woonkwaliteit sterk en we vinden ze hier onevenredig bezwarend voor de omwonenden. Daarom worden in deze woonmilieus alleen vergunningvrije antenne-installaties toegestaan. 7. in bijzondere gevallen (waarmee bij het opstellen van dit beleid geen rekening had kunnen worden gehouden) kunnen burgemeester en wethouders gemotiveerd afwijken van de bovenstaande beleidsregels.

Rechtspraak bij dit artikel